Parkeren Leiden Professorenwijk: Bewonersparkeren uitgelegd
Een plekje vinden in de Professorenwijk. Het voelt soms als een sport op het randje van de Olympische Spelen. Je rijdt door die sfeervolle, smalle straatjes – met al die prachtige oude huizen en groene voortuinen – en je ziet vooral één ding: auto’s. Overal auto’s.
Vooral ’s avonds en in het weekend is het een uitdaging. Je bent net verhuisd naar deze prachtige wijk, of je bent die ene student die eindelijk een kamer heeft gevonden.
Je staat voor de deur en denkt: waar moet ik mijn auto laten? Het antwoord ligt in het systehem van bewonersparkeren. Het is even een gedoe om het te regelen, maar daarna is het een zucht van verlichting.
Wat is bewonersparkeren in Leiden eigenlijk?
Laten we beginnen met de basis. Bewonersparkeren is een systeem van de gemeente Leiden.
Het is bedoeld om bewoners een plekje te geven dicht bij hun huis.
In wijken waar het heel druk is – zoals de Professorenwijk – worden parkeerplaatsen gereserveerd voor mensen die er écht wonen. Dit heet een vergunninggebied. Zonder vergunning mag je er vaak maar heel kort parkeren.
Meestal maar 2 uur, en dat is lang niet genoeg voor een nachtje slapen of een dagje thuiswerken. De gemeente geeft dus parkeervergunningen uit. Die vergunning koppel je aan je auto. Zo weet een handhaver meteen dat jij er mag staan.
Het is niet gratis, maar het is wel je garantie op een plekje.
Denk aan de gebieden Vinkewijk, Zijlkwartier of de Houtkwartier. De Professorenwijk valt vaak in zo’n vergunninggebied. Als je er woont, is dit de eerste stap die je moet zetten na het regelen van je verzekering en je abonnement bij de Leidse Hout.
Waarom is het zo nodig in de Professorenwijk?
De Professorenwijk is een geliefde plek. Echt Leiden op zijn best.
Je woont er om de hoek van het Centraal Station, je fietst zo de stad in naar de Lakenhal of de Burcht, en de universiteit is ook prima te bereiken. Maar die populariteit heeft een prijs: ruimte. De straten zijn smal en er zijn veel oude huizen met maar één of geen eigen oprit. Veel van die huizen worden bewoond door studenten of expats.
Die hebben vaak een auto nodig voor hun werk of voor weekendtripjes naar Amsterdam of Den Haag. Tegelijkertijd parkeren bezoekers, studenten die niet in de wijk wonen en toeristen hun auto er ook.
Zonder regeling verandert je straat in een permanente parkeerplaats voor iedereen behalve jou.
Het systeem is er dus om te zorgen dat jij, na een lange dag werken of studeren, je auto kwijt kunt.
Hoe vraag je jouw parkeervergunning aan?
Gelukkig hoef je niet naar een hokje met formulieren. Tegenwoordig regel je alles online via de website van de gemeente Leiden. Zoek op "Parkeervergunning Leiden".
Je hebt een DigiD nodig, dus zorg dat je die bij de hand hebt.
Als expat zonder DigiD moet je soms langs het stadhuis, maar probeer het eerst online. Je vult je kenteken in en je adresgegevens.
De gemeente checkt direct of je in een vergunninggebied woont. De Professorenwijk zit vaak vol, dus controleer goed of je adres in aanmerking komt. Je kunt kiezen voor een digitale vergunning.
Die is gekoppeld aan je kenteken. Je krijgt geen kaartje meer die je achter de ruit hoeft te leggen.
Dat is handig, want je hoeft nooit meer na te denken of je de vergunning bij je hebt. De looptijd van een vergunning is meestal een heel jaar. Daarna moet je hem verlengen. Doe dit op tijd, want zonder geldige vergunning kun je een boete krijgen.
En die boetes zijn in Leiden streng. Ze controleren met camera-auto’s die alles uitlezen.
Wat heb je nodig?
- Een geldig legitimatiebewijs.
- Het kenteken van je auto (of meerdere auto’s).
- Bewijs dat je op dat adres woont (bijv. een huurcontract).
- Je DigiD.
De kosten: wat kost parkeren in Leiden?
Goed om te weten: parkeren kost geld. In Leiden betaal je voor een bewonersvergunning, maar ook als je gaat parkeren bij CORPUS Leiden zijn er kosten.
De prijzen kunnen elk jaar veranderen, maar hier zijn de bedragen die nu gelden voor 2024. Voor het gebied waar de Professorenwijk onder valt (vaak zone B of C, afhankelijk van de precieze straat), betaal je ongeveer €130,- tot €165,- per jaar per auto. Je betaalt voor het eerste voertuig.
Wil je een tweede auto aanmelden? Dan betaal je fors meer.
De gemeente wil het aantal auto’s per huishouden beperken. Een tweede vergunning kan wel €400,- tot €500,- per jaar kosten.
Een derde auto is vaak niet mogelijk of extreem duur. Vergeet niet de bezoekersregeling. Als je ouders op bezoek komen of een vriendin die in Amsterdam woont, kunnen zij niet zomaar gratis parkeren. Via hetzelfde online loket kun je bezoekersvergunningen kopen.
Dit werkt met blokken van 24 uur. Je koopt bijvoorbeeld 10 dagen voor ongeveer €30,-.
Je geeft het kenteken door en de dag in. Dat is ideaal voor een weekendje logeren.
Alternatieven en handige tips voor de dagelijkse praktijk
Soms is een vergunning niet genoeg of niet nodig. Misschien woon je er tijdelijk of heb je een tweede auto.
Er zijn manieren om het leven in Leiden makkelijker te maken. De Professorenwijk heeft weinig parkeergarages, maar voor een dagje uit kun je eenvoudig parkeren bij Museum de Lakenhal. Wel staan er af en toe garages te huur via sites als Parclick of Funda.
Parkeerplaatsen huren in de Professorenwijk
In de wijk zelf zijn losse garageboxen schaars. Als je een garage kunt vinden, is dat goud waard.
De prijzen liggen tussen de €100,- en €150,- per maand. Soms zit er een plek bij een complex zoals bij de flats aan de rand van de wijk. Check dit goed, want een eigen plek geeft enorm veel rust.
Soms is het slimmer om je auto buiten het vergunninggebied te zetten. Je kunt gratis parkeren in delen van de Stevenshof of de Merenwijk.
De auto elders parkeren
Vanaf daar is het een kleine 15 minuten lopen of een ritje met bus 2 of 6 naar het centrum.
Dat scheelt je €130,- per jaar. Handig als je de auto alleen in het weekend gebruikt. Let wel op de blauwe zones: je mag daar vaak maar 2 uur staan met een parkeerschijf. Dat is dus niet voor de hele nacht.
Veel expats en studenten in Leiden kiezen voor een deelauto. Bedrijven zoals MyWheels of Share Cars hebben auto’s door de hele stad staan.
Deelauto’s en OV
In de Professorenwijk zelf staan ze soms bij de kruising of bij het station. Dit is perfect voor een ritje naar de IKEA of een dagje Utrecht. Je betaalt per uur of per kilometer.
Geen eigen risico en geen gedoe met parkeren in de stad. Daarnaast is Leiden een echte fietsstad.
Vanuit de Professorenwijk ben je in 5 minuten bij het Centraal Station of op de universiteit. Soms is de auto dus echt overbodig.
Een paar gouden tips voor wie net in Leiden is
Om af te sluiten, een paar concrete dingen die je echt moet onthouden.
"Parkeer nooit op een plek met een wit kruis of een invalidenparkeerplaats zonder vergunning. Handhaving in Leiden is streng en ze zijn er vaak."
Dit zijn de dingen die je van een buurman hoort, niet van de gemeente. Controleer je straat op borden. Soms staat er een bord dat het gebied alleen voor vergunninghouders is van 19.00 uur tot 07.00 uur. Overdag mag je er dan wel gratis parkeren.
Dat is handig als je bezoek hebt rond lunchtijd. Let ook op de "blauwe lijn".
Als er een blauwe streep op de weg staat, moet je een parkeerschijf gebruiken.
Als je je vergunning aanvraagt, doe dit dan meteen als je de sleutel hebt. Het duurt soms een paar dagen voordat het verwerkt is. Rijd dus niet meteen je auto vol spullen naar Leiden en verwacht dat je die nacht voor de deur kunt staan zonder boete. Regel het vooraf.
En tot slot: een parkeervergunning geeft geen garantie op een plek. Het geeft je het recht om te parkeren in het gebied.
Als het superdruk is, moet je soms een straat verder zoeken. In de Professorenwijk is dat vaak rond het Vrouwtje van Leiden of richting de Houtmarkt. Maar met een beetje geduld en de juiste papieren, lukt het altijd. Welkom in Leiden!