Logo Stiel
Industrieel Erfgoed in Leiden

STIEL

Een vergeten station

EEN VERGETEN STATION

Een vergeten station, een vergeten spoorlijn. Steeds minder mensen dragen het mee in hun herinnering: het station Herensingel van de spoorlijn Leiden-Hoofddorp-Amsterdam. Natuurlijk, er is nog een straat, die de naam Spoorlaan heeft gekregen, en aan de Herensingel, bij de Zijlpoort, staat nog een stootblok, tastbaar getuigenis van wat hier eens was.

Het stationsgebouw, een ontwerp van de befaamde architect K.P.C. de Bazel, heeft nog geen vijfentwintig jaar als kopstation van de Haarlemmermeerlijn in Leiden gefunctioneerd. Midden in de jaren dertig van de vorige eeuw werd de lijn opgeheven. Het station bleef, nog zo’n vijfendertig jaar. Maar in maart 1970 was het voorgoed gedaan: slopers haalden het gebouw neer.

Al betrekkelijk snel na de inpoldering van de Haarlemmermeer werden er plannen gemaakt voor spoorverbindingen met dit gebied. Toch duurde het tot 3 augustus 1912 voordat de enkelvoudige spoorlijn Hoofddorp-Leiden kon in gebruik kon worden genomen. De feestelijke opening was een dag eerder. De exploitant van de lijn, de Holland Electrische Spoorweg Maatschappij (H.E.S.M.) had in Leiden een kopstation laten bouwen naar een interessant ontwerp van architect De Bazel, het gebouw was asymmetrisch en voor een gebouw van twee verdiepingen betrekkelijk hoog. Op het dak stond een torentje met een achtkantige spits. Tijdens de aanleg van de spoorlijn werd een verbindingsspoor aangelegd met de gasfabriek. Er liep ook nog een spoortje naar de kant van de Singel. Daardoor werd het mogelijk goederen over te slaan van de trein in een schip en omgekeerd.

De trein stopte tussen Leiden en Hoofddorp o.a. in Aalsmeer, Rijpwetering en Roelofarendsveen. Het gehele net van spoorlijnen naar de Haarlemmermeer heeft slechts een aantal jaren een bescheiden winst gemaakt. In de jaren dertig namen autobussen veel van de passagiers over. Er werden toen flinke verliezen geleden en eind 1935 werd het personenvervoer gestaakt. Tot begin 1972 werd nog wel gebruik gemaakt van het goederenlijntje in Leiden. Maar op 1 februari van dat jaar verdween ook deze verbinding.

Het station Herensingel bleef vanaf de sluiting in 1935 nog tot 1970 bij particulieren in gebruik. Het had allerlei functies, in de Tweede Wereldoorlog functioneerde het als gaarkeuken. In 1952 ging het in eigendom over aan de gemeente. Aanvankelijk was er de gedachte dat het station Heresingel behouden kon blijven. Het stationsgebouw met wat omliggende grond, met een gezamenlijke oppervlakte van ruim 83.35 ha., was in 1952 begrepen in het onteigeningsplan Leiden-Noord. Tijdens de onderhandelingen tussen de gemeente en N.S. bleek dat het gewenst was om bij de aankoop ook een aanpalend stuk grond van circa 1045 vierkante meter te betrekken. Hierop stond ook nog een deel van het stationsgebouw.

Door deze aanvullende aankoop ‘...wordt tevens de mogelijkheid geopend om ter plaatse naar een oplossing te streven, waarbij het waardevolle hoofdgebouw voorshands of definitief behouden kan blijven. Het voormalige stationsgebouw met bijgebouwen verkeert in vrij goede staat, het hoofdgebouw is o.a. voorzien van centrale verwarming. De op de begane grond gelegen ruimten en de bovenverdieping van het hoofdgebouw, die twee ruime bovenwoningen bevat, zijn verhuurd...’ Citaat uit het ingekomen (raads)stuk 150/1952.

De koop werd gesloten voor een bedrag van 88.690,25 gulden. In de raadsvergadering van 28 juli 1952 ging de raad zonder discussie en hoofdelijke stemming akkoord. Alles was geregeld, zo leek het althans.

Veranderde inzichten
Maar vijf jaar later stelden B. en W. voor het partiële uitbreidingsplan Leiden-Noord te wijzigen ‘op grond van veranderde inzichten’. Het college wilde een goede aansluiting van de Kooilaan en de Kooistraat op de Herensingel en de Lage Rijndijk tot stand brengen. Daarvoor moest een aantal oude woningen en uiteindelijk ook het stationsgebouw verdwijnen.

De gemeenteraad had er geen moeite mee. In het voorstel tot wijziging van het uitbreidingsplan was het stationsgebouw niet eens genoemd. Tijdens de vergadering op 4 november 1957 zei de heer Welzen zelfs ‘dat het van een brede visie van B. en W. zou getuigen wanneer in het toekomstige uitbreidingsplan ook rekening wordt gehouden met de opruiming van het stationsgebouw dat een lastig obstakel vormt...’

Het was duidelijk: het stationsgebouw zou worden opgeofferd aan de belangen van het verkeer, zoals dat trouwens in heel veel Nederlandse steden heel vaak gebeurde in die tijd.

In april 1966 kwamen B. en W. met voorstel om 95.000 gulden beschikbaar te stellen voor de loop van het pand. Nadat de huurders waren verdwenen werd het voormalige station in maart 1970 gesloopt. Het vroegere station Hoofddorp en het hoofdstedelijke Haarlemmermeerstation bestaan daarentegen nog steeds. Het station Hoofddorp is nog steeds als woning in gebruik.

Wibo Burgers, september 2004

© Stichting Industrieel Erfgoed Leiden