Logo Stiel
Industrieel Erfgoed in Leiden

STIEL

Smederij verdient plaats op Monumentenlijst

SMEDERIJ VERDIENT PLAATS OP MONUMENTENLIJST
Stiel dient aanvraag in

De Stichting Industrieel Erfgoed Leiden (STIEL) heeft het Leidse college van B. en W. gevraagd het pand Oude Varkenmarkt 4, waarin de smederij van De Geijn, v/h smederij Van Velzen is gevestigd, op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. Volgens STIEL is het pand een zeer origineel voorbeeld van een in het begin van de vorige eeuw verbouwd bedrijfspand met bovenwoning. De omstandigheid dat de woning en het bedrijfsgedeelte nog steeds gebruikt worden zoals honderd jaar geleden is uniek voor dit soort bedrijvigheid. Het gebouw heeft een hoge historische waarde en een zeer hoge zeldzaamheids- en educatieve waarde.

Historie
Tot 1389 lag het huidige Noordeinde buiten de Noordpoort, die gestaan heeft op de Breestraat tussen het Rapenburg en Kort Rapenburg-Kabeljauwsteeg. Het was dus het eerste deel van de Haagweg, richting Den Haag. Door dit deel binnen de stad te brengen, kreeg het de naam Noordeinde. In eerste aanleg was dat een administratieve kwestie en bleef deze buurt een soort onverdedigbare ‘voorstad’. Dat laatste gaf problemen in 1420 toen Leiden door de troepen van hertog Jan van Beieren en de Kabeljauwen belegerd werd omdat de stad de kant van gravin Jacoba van Beieren en van de Hoeken gekozen had. Na 1420 werd dit wijkje echt een deel van de stad, zij het nog wel met vrij veel ruimte en grote onbebouwde achtererven, met name van de huizen aan het Rapenburg. Aan weerszijden van de gracht, een voorstedelijke sloot in het verlengde van wat nu de Doelengracht heet, kwam allengs bebouwing. Vermoedelijk heette deze gracht Groenhazengracht: deze benaming moet dus in de loop van de vijftiende eeuw enigszins doorgeschoven zijn naar de gracht, die tegenwoordig die naam draagt.

Omdat dit de eerste plek was waar de wagendiensten (wagenveer) op Den Haag parkeermogelijkheden hadden, concentreerden zich hier met name wagenmakerijen, hoefsmederijen en horeca, tot en met afwerkplaatsen van ‘lichte deernen’. Wegens plaatsgebrek werd rond 1450 de gracht gedempt en met zand gevuld, bestrating met dure ‘kinderkopjes’ of zelfs baksteen was voor een parkeerplaats in die tijd een overbodige luxe. De straat kreeg de naam ‘Het Zand’ (velerlei schrijfwijzen) tot hier een markt voor varkens kwam. De naam werd toen Varkenmarkt en nog later Oude Varkenmarkt. Nog eeuwenlang zou hier een concentratie van bedrijven blijven in verband met het verkeer op Den Haag. Dat uitgerekend een rijtuig- en handenkarrenmakerij (van De Groot) en deze (hoef)smederij van Van Velzen als laatste zelfstandige bedrijven bewaard bleven, is ook een mooie herinnering aan vervlogen tijden.

Wanneer voor het eerst bebouwing op de plek van de huidige smederij is gekomen, valt zonder een heel diepgaand onderzoek niet zonder meer te zeggen. Vermoedelijk maakte het perceel deel uit van een groter complex dat de gehele hoek Noordeinde-Oude Varkenmarkt besloeg een situatie die nog tot in de negentiende eeuw zijn sporen zou nalaten. In feite waren de nrs. 2 en 4 een soort achtererven van een of meer panden aan het Noordeinde. Erg lang waren de panden nrs. 2 en 4 gecombineerd in één hand, vaak de hand van een eigenaar aan het Noordeinde. In de zeventiende eeuw werd het eigendom van de twee panden gesplitst. Vanaf 1724 bleef het pand Oude Varkenmarkt nr. 4 geruime tijd in handen van eigenaren van een Noordeinde-pand. In het begin van de negentiende eeuw kwam er een nieuwe splitsing, de combinatie van het pand aan het Noordeinde en Oude Varkenmarkt nr.4 verdween.

In 1871 werd de huidige huisnummering ingevoerd. Wijk I nrs. 194 en 195 werden toen Noordeinde 27, 196 en 197 Noordeinde 29, nr.193 werd Varkenmarkt 2 en 192 Varkenmarkt 4. Op 1 januari 1890, bij de aanleg van een nieuw en bij de stadhuisbrand gespaard gebleven bevolkingsregister, is hoofdbewoner van het pand Varkenmarkt 4 Adrianus Johannes Bergen Henegouwen, melkverkoper. Hij was getrouwd en had uiteindelijk tien kinderen. De familie bleef tot mei 1905. Daarna kwam er een schoenmaker met zijn vrouw en zoon wonen, maar dat duurde niet lang. In november 1905 vertrokken ze weer. Het pand moet daarna lange tijd onbewoond zijn geweest. Het werd uiteindelijk verbouwd tot smidse. In juni 1908 kwamen uit Leiderdorp Piet Geertsema, smid, en zijn vrouw. Hier, aan de Kalvermarkt, werden hun twee kinderen geboren. In 1924 of 1925 werd de zaak overgedaan aan L.J. van Velzen, Hoef-, Rijtuig- en Kachelsmederij (tel.1805), terwijl Geertsema aan de overkant van de straat, Noordeinde 25, garagebedrijf De Doelen begon. Mogelijk liet Van Velzen bij zijn komst een en ander verbouwen.

Vanwege de stadhuisbrand moest ook Van Velzen een nieuwe Hinderwetvergunning aanvragen. Hij deed dat op 27 september 1932 en voegde bij de aanvraag een blauwdruk van een tekening, die hij had laten maken door de bouwkundige J.Wesselius te Leiden (vermoedelijk de timmerman van de Van Hogendorpstraat 11). Behalve de smidse, twee aambeelden en een werkbank stonden er de volgende, door elektromotoren aangedreven apparaten: een amarylsteen en een boormachine met een gemeenschappelijke motor van 2 pk, een ventilator (¼ pk), een boortol (½ pk), nog een boortol (¼ pk) alsook een las- en snijapparaat (acetyleen). De vergunning werd zonder veel problemen verleend. Sindsdien zijn er vrijwel geen wijzigingen meer opgetreden.

Bouwkundig
Oude Varkenmarkt nr.4 is een in metselwerk opgetrokken pand, dat bestaat uit vier bouwlagen met bedrijfsruimte op de begane grond, een bovenwoning over twee lagen en een zolder onder de schuine kap.

Het pand ligt tussen nr. 2 en nr. 6 en wordt van het laatstgenoemde pand gescheiden door een brandgang. De voorgevel ligt in de historische rooilijn en hoewel kan worden vastgesteld dat onderdelen van het pand later zijn gewijzigd, is het duidelijk dat er ook nog authentieke onderdelen in het pand aanwezig zijn.

In 1907 is er een vergunning tot vestiging van een smederij afgegeven met als voorwaarde dat de bestaande houten vloer zou worden vervangen door een stenen vloer. Ook zou de (oorspronkelijke?) kelder moeten worden gevuld. Bij die verbouwing is ook een toilet en een nieuwe muur achter de smidse aangebracht en is de binnenplaats overkapt. Het overige metselwerk is van veel eerdere datum. Uit bouwhistorisch onderzoek is de oorspronkelijke indeling van het pand op de begane grond nog goed af te lezen. De voorgevel lijkt ongeveer tweehonderd jaar oud te zijn, waarbij de ramen waarschijnlijk in de jaren twintig of dertig van de vorige eeuw zijn vervangen of vernieuwd. Het interieur van de bovenwoning is nog volledig in de stijl van de jaren twintig van de vorige eeuw met glas-in-lood en glazen wandtegels.

Het pand is een zeer origineel voorbeeld van een aan het begin van de vorige eeuw verbouwd bedrijfspand met bovenwoning. De verbouwing van de smederij en de latere verbouwing van de bovenwoning zijn stijlvast. Het feit dat bedrijf en woning nog steeds op dezelfde manier als honderd jaar geleden functioneren is uniek voor dit soort bedrijvigheid.

september 2005

© Stichting Industrieel Erfgoed Leiden