Logo Stiel
Industrieel Erfgoed in Leiden

STIEL

Ambachtsschool houdt oude glorie in nieuwe functie

AMBACHTSSCHOOL HOUDT OUDE GLORIE IN NIEUWE FUNCTIE
Paleis voor Volksvlijt aan de Haagweg in Leiden

Aan het begin van de zuidzijde van de Haagweg staat op de hoek met de Rijn- en Schiekade een imposant en tegelijk sierlijk bakstenen complex met veel tierelantijnen en in de top in koeienletters het jaartal 1892. De exactheid van het getal geeft aan dat meten is weten hier de leus was. Het gaat om het gebouw van de Practische Ambachtsschool, sinds enige jaren gemeentelijk monument en nu het domein van een kunstenaarscollectief. Er is alle aanleiding er eens een kijkje te nemen.

Hoe belangrijk is het aandacht te geven aan het gebouwencomplex van de Ambachtsschool aan de Haagweg? Allereerst is het dit jaar 125 jaar geleden dat de aanzet werd gegeven tot de eerste vorm van technisch dagonderwijs in Leiden. Dat resulteerde in een school die in 1893 verhuisde naar een nieuw gebouw, dat na twee forse uitbreidingen meer dan veertig lokalen zou omvatten. Verder wordt in het eerste kwartaal van dit jaar het koperen jubileum gevierd van de ingebruikname van het gekraakte complex als ateliers voor beeldende kunstenaars en de beherende Stichting De Leidse School. Het is in 2006 tien jaar geleden dat de gemeente Leiden het complex kocht van de Dienst Domeinen. We kunnen dit jaar ook het eerste lustrum vieren van de verwerving van de status van gemeentelijk monument van de oudste bouwdelen. Ook heeft vorig jaar de gemeente Leiden definitief besloten enkele miljoenen euro te besteden aan noodzakelijk onderhoud en herstel om de lokaliteiten blijvend als werkplaatsen voor kunstenaars te bestemmen. Het ligt in de bedoeling uiterlijk begin 2007 met de werkzaamheden te beginnen. Een eveneens nog lopende belangrijke ontwikkeling is het ontwerp-bestemmingsplan Haagwegterrein, dat vorig najaar in de inspraak ging en waarvan de afloop nog ongewis is. En ten slotte is het na alle discussie over het onderwijs in het algemeen en het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) in het bijzonder heel leerzaam eens wat doelstellingen en gedachten over het oude ambachtsonderwijs, zoals dat in Leiden gestalte kreeg, in het licht te stellen. En terloops ontdekken we dan ook nog de echte architect van het oudste deel van het Haagweg-complex.

Het begin
In januari 1881 nam de particuliere werkbazenorganisatie “Bouwkunst en Vriendschap” het initiatief. Deze gezelligheidsvereniging van aannemers, timmerlieden en bouwkundigen bestond tot 1940. Zij richtte een commissie op om statuten en een bouwplan voor te bereiden voor een ambachtsschool. In april volgde de oprichting van de “Vereeniging De Practische Ambachtsschool”, met 150 leden. Meer dan honderd jaar zou er vervolgens sprake zijn van neutraal-bijzonder lager technisch onderwijs in Leiden, vrucht van particulier initiatief. Voorzitter was de hoogleraar scheikunde J.M. van Bemmelen, die in Groningen al leraar aan de industrieschool Akademia Minerva was geweest en (1864) directeur van de kersverse Rijks Hogere Burger School aldaar. Beschermheer werd prins Alexander. Deze koninklijke bescherming ging later over op Emma en Wilhelmina. De gemeenteraad stelde een deel van het vroegere Caecilia Gasthuis ter beschikking, een subsidie voor inrichting en een jaarlijkse toelage. Geldelijke steun kwam ook van het Nut van het Algemeen en van de leden. De Leidse dagschool voor praktisch ambachtsonderwijs was bepaald niet de eerste in het land: tussen 1861 en 1882 gingen in een steeds sneller tempo elf scholen van dit type - werkplaats plus leerschool - haar voor.

De stadsarchitect J.W. Schaap begeleidde de inrichting en verbouwing van de zalen in het Caecilia-complex aan de Sionsteeg. Een tekening, wellicht van de hand van bouwmeester Schaap, in de Prentverzameling van het Regionaal Archief Leiden (RAL) laat de indeling zien van de nieuwe school, met aan de zijde van de Lange Sint Agnietenstraat een lokaal voor meubelmaken en daarachter ruimte voor brandstoffen en een moffel, ofwel ovenruimte voor metaalbewerking; op de hoek met de Sionsteeg een timmerzaal, daarachter een schilderzaal en de smederij. Achter de binnenplaats was de Stedelijke Werkinrichting (kort daarvoor nog Werkhuis geheten), voorloper van de Sociale Werkvoorziening. Op de prent staan nog aantekeningen en berekeningen van plankhout, ribhout en vurenhout.

De inwijding vond plaats op 2 juli 1883, maar de school was, hoe symbolisch, al in gebruik sinds 1 mei. Van Bemmelen in zijn toespraak: “Gij zult dus heden de leerknapen zien timmeren, smeden en tekenen, en onze hulpmiddelen in ogenschouw nemen.” Hij schetste de zich toentertijd ontwikkelende drie niveaus van technisch dagonderwijs: het hoger technisch onderwijs op de polytechnische scholen, het middelbaar technisch onderwijs op de vakscholen zoals de machinistenschool en de school voor kunstnijverheid; en ten slotte het praktisch onderwijs voor de gewone ambachtslieden, door hem de Scholen der Toekomst genoemd. Die praktische ambachtsscholen kenden immers drie drijfveren: zedelijk-opvoedkundig, in negatieve zin het ontbreken van “verleiding tot ledigheid en andere ondeugden waaraan de leerling op de gewone werkplaats is blootgesteld”; de technische drijfveer, ofwel het oefenen in handwerken en het gebruik van werktuigen; en de maatschappelijke drijfveer, de verheffing van de ambachtsstand.

De nieuwe school werd een redelijk succes: in tien jaar werden 233 leerlingen aangenomen, van wie 115 een eindgetuigschrift verwierven (32 leerlingen moesten bijvoorbeeld de school voortijdig verlaten “om eenig geld te verdienen”): 45 timmerlieden, 32 smeden, 3 huisschilders en 5 meubelmakers.

Krapte van behuizing was evenwel niet de enige reden om uit te zien naar een nieuwe behuizing. Bij de opening van het gebouw aan de Haagweg in juli 1883 bracht voorzitter dr P.J. Kaiser (verbonden aan de Sterrenwacht, waarvan zijn vader Frederik directeur was geweest) in herinnering hoe een “zwaard van Damocles” boven vereniging en school aan de Sionsteeg bleef hangen. Zou in de gemeente een epidemische ziekte uitbreken, dan dienden de lokalen onmiddellijk ontruimd te worden om tot ziekenzalen te worden ingericht. De herinnering aan een tijd van cholera was nog vers. Bovendien, werd nu gezegd, liet de “lokaliteit in eene achterbuurt van Leiden veel te wenschen over”. Met in de onmiddellijke nabijheid een studentenbordeel, kunnen we daar ook nog aan toevoegen.

Paleis aan de Haagweg
In juli 1893 vond de plechtige opening plaats “der nieuw gestichte Ambachtsschool, aan den Haagweg nabij Leiden”. De school lag tot 1896 op grondgebied van de gemeente Zoeterwoude, al prijkten de Leidse sleutels trots in de geveltop. Wel was de grond eigendom van de gemeente Leiden, die tegen “gemakkelijke voorwaarden” het perceel “buiten de voormalige Wittepoort” verkocht. (Het register van de gemeenteraad spreekt trouwens van Haagpoort.) Minister Tak van Poortvliet kwam met zesduizend gulden over de brug, terwijl een anoniem “warm vriend van het ambachtsonderwijs” een soepel af te betalen renteloos voorschot van 40.000 gulden bood. De totale begroting voor directeurswoning en school bedroeg 45.000 gulden. Het werk werd gegund aan de laagste inschrijver, aannemer A.P.P. Boef te Rotterdam. Na gereedkomen zou het complex 160 leerlingen kunnen herbergen, het dubbele van de Sionsteeg.

Laten we wat winkelen in de beschrijving van monumentenzorg. De ambachtsschool (Haagweg 4) kreeg in 1892 een nieuw gebouw in neorenaissancestijl, ontworpen door architect W.C. Mulder (1850-1920). De beschrijving betreft het oude deel van de school van bouwmeester Mulder en de uitbreiding van 1923 door architect Buurman. De voormalige school heeft een bakstenen gevel met middenrisaliet (uitspringend gedeelte over de gehele hoogte) met geveltop van twee bouwlagen en een zolder onder een mansardedak. Deze risaliet heeft op de begane grond twee houten deuren met rijk geornamenteerde kunststenen pilasters, die worden afgedekt met een fronton met versierd timpaan. Aan weerszijden van het fronton staat een piron in balvorm. Boven het fronton bevindt zich een kunststenen sierband. Twee geornamenteerde kunststenen bevatten de tekst ANNO en 1892. De gevel heeft een fries met siermetselwerk van geglazuurde bakstenen en een sober geprofileerde gootlijst op geornamenteerde consoles. De kunststenen Vlaamse gevel van de risaliet is rijk geornamenteerd met neo-renaissancemotieven, zoals het rolwerk, pinakels en fronton.

De waardering roemt de school als een mooi voorbeeld van laat-19e-eeuwse neo-renaissancestijl. Kenmerkend daarvoor zijn rijk geornamenteerde topgevels met rolwerk, frontons en pinakels en de toepassing van kunststenen.

De gemeente Leiden mag trots zijn op een ambtelijke dienst die zo liefdevol en uitputtend haar monumenten beschrijft. Er slechts één foutje, dat men in 1991 in commissie heeft gemaakt, steunend op de gezaghebbende Architectuur- en Monumentengids Leiden (1996). Het oudste gedeelte, dat in 1892 werd gebouwd, is namelijk niet van de bekende W.C. Mulder, al draagt het inderdaad het stempel van zijn vroege werk, zoals het Hôpital Wallon aan de Papengracht en de Broodfabriek Ceres aan de Korevaarstraat. Het is van de bouwkundige Govert van Driel (1853-1920), zelfstandig architect en eerst en vooral ook leraar aan en hoofd van de afdeling bouwkunde van de avondschool Mathesis Scientiarum Genitrix (MSG, de Wiskunde is de Moeder van de Exacte Wetenschappen) aan de Pieterskerkgracht. (In die laatste hoedanigheid volgde hij Mulder op.)

De al eerder aangehaalde voorzitter Kaiser memoreerde in zijn openings-speech de naam van de echte architect: “De secretaris van ons bestuur de heer G. van Driel, bouwkundige te dezer stede, nam op verzoek van het Bestuur de taak van bouwmeester op zich en bezorgde de Vereeniging een hecht en sierlijk schoolgebouw.” Hecht en sierlijk, dat zou dus zeker het motto kunnen zijn van de oudste delen (1892/93 en 1923) van het complex. In de eerste koker van het archief van het architectenbureau Mulder-Buurman-Schutte in het RAL, betreffende de Ambachtsschool aan de Haagweg 1892/1917, bevindt zich een broze, met plakband (!) bijeengehouden lithografische tekening van de voorgevel van het pand, met als hand- en dagtekening G. van Driel, april 1892. De tekening ziet er bijna fotografisch uit als een sprookjespaleis. Dat deze schets zich in bovenvermeld archief bevindt is niet zo heel vreemd: de uitbreiding aan de rechtervleugel in dezelfde, zij het wat soberder uitgevoerde stijl was van het bureau Mulder-Buurman, waarbij deze terug moest grijpen op het eerdere werk.

Uitbreiding en een nieuwe naam
De school groeide en bloeide. Naast de oude leervakken komen nu ook kennis van het stoomwerktuig en machinebankwerken aan de orde en er komen leraren in vele nieuwe vakken zoals electrotechniek (1912) en gastechniek (1918). Naast de gewone avondcursussen komt er in 1912 een Vakavondschool voor Volwassenen. Blijkens een vouwblad van 1921 is deze opengesteld voor een waaier van beroepen: beeldhouwers, behangers, stoffeerders en beddenmakers, boekbinders, cementwerkers, constructiewerkers, electriciëns, gas- en waterfitters, goud- en zilversmeden, huis- en vuursmeden, instrumentmakers, koper- en blikslagers, lood- en zinkwerkers, lythografen, machinebankwerkers, meubelmakers, modelmakers, metselaars, plateelbakkers, rijtuigsmeden, schilders (huis- en decoratieschilders), steenhouwers, stucadoors, timmerlieden, typographen, vormers en wagenmakers. Het schoolgeld was afhankelijk van de gegoedheid der deelnemers en bedroeg 5, 10 of 20 gulden, minvermogenden betaalden een rijksdaalder en onvermogenden waren vrijgesteld. De integratie van voortgezet gewoon lager onderwijs in het lesprogramma vanaf 1914 leidde in hetzelfde jaar tot een wijziging in de Statuten en de naam van de school: voortaan was het de Vereeniging de Ambachtsschool.

Door de Eerste Wereldoorlog en naoorlogse financiële perikelen werd uitbreiding van de school uitgesteld, maar in de jaren 1921-1923 kwam het er eindelijk van. Op basis van een bestek van het architectenbureau Mulder en Buurman werden flink wat lokalen aan voorzijde en daarachter toegevoegd. Bernard Buurman had zich in 1916 met Mulder geassocieerd, die zich echter na korte tijd wegens ziekte terugtrok en in 1920 overleed. We moeten de eerste grote uitbreiding waarschijnlijk dus vooral op conto van Buurman stellen. Het resultaat van de expansie: zo’n twintig lokalen, 17 leraren en 300 leerlingen in het dagonderwijs; in 1929 volgden niet minder dan 868 leerlingen de dag- en avondopleidingen.

De leerlingen
Dat de leerlingen over het algemeen de school niet als kwelling hebben ervaren, blijkt onder meer uit de oprichting in 1928 en vervolgens de bloei van de Vereniging van Oud-Leerlingen van de Ambachtsschool V.O.L.A. Zij organiseerde excursies, lezingen en filmavonden. Een aantal jaren gaf zij het kwartaalblad Theorie en Praktijk uit. In het nummer van oktober 1940 werden excursies naar de Maastunnel in Rotterdam, Van Leer’s Walsbedrijven en het Crematorium Westerveld aangekondigd. Zo nu en dan bevat het blad ook advertenties, zo de leus “Wibulak en Sleutelsplamuur Steeds ’t Beste op den Duur” van de Verf- & Japanlakfabriek H. Gijsman te Leiden.

Bij diverse jubilea hebben oud-leerlingen een aandenken geleverd: onder meer een gedenkplaat en een glas-in-loodraam. Leerlingen hebben geheel volgens de praktische en pedagogische uitgangspunten van de school altijd een groot aandeel gehad in onderhoud en afwerking van de gebouwen, in 1893 bijvoorbeeld de algehele aftimmering en meubilering. Dat had als bijkomend voordeel dat het schoolgeld beperkt kon worden gehouden. Ook werden wel opdrachten uit het bedrijfsleven geaccepteerd.

In 1973 ging de VOLA met 130 overgebleven leden ter ziele, nadat een poging tot fusie met de oud-leerlingenvereniging van de rooms-katholieke technische school Don Bosco was mislukt, omdat hun moderator (geestelijk adviseur) de boot afhield.

Laatste uitbreidingen
In 1935 werd de cursusduur in verband met landelijke bezuinigingen – het was de crisistijd onder Colijn – teruggebracht van drie naar twee jaar. (De lestabel omvatte toen 6 uur algemeen vormend onderwijs, vier uur vaktheorie, 10 uur vaktekenen en 24 uur ambacht.) Toch bleef de school met ruimtegebrek kampen, door toevloed van leerlingen, maar ook omdat steeds nieuwe vakken werden geïntroduceerd. In 1932 werd een nieuwe gelijkvloerse dependance aan de overzijde van de Haagweg in gebruik genomen, met vijf lokalen: drie bankwerkerijen, een smederij en een auto- en motorherstelplaats. Met het oog op de noodzakelijke hygiëne schonken leerlingen een sierlijk gemetselde fontein voor de hal. Dit gebouw werd zonder veel protest midden jaren negentig afgebroken ten gunste van kantoorontwikkeling.

In 1937 telde de dagschool al 512 leerlingen, van wie 325 uit Leiden en de rest uit niet minder dan 32 gemeenten in de rest van Zuid-Holland.In de jaren 1939-1941 komt de laatste grote uitbreiding tot stand, die leidt tot bijna-verdubbeling van het aantal lokalen. De huisarchitect Buurman, die zich voor de eerste grote uitbreiding van 1923 nog min of meer gedwongen zag aan te knopen bij de neorenaissancestijl van bouwmeester Govert van Driel en zijn oud-collega W.C. Mulder, pakte nu flink uit met een strak L-vormig betonnen gebouw van drie bouwlagen plus puntdak, bekleed met vriendelijke gele baksteen “in een aan de Nieuwe Zakelijkheid verwante stijl”, aldus de Architectuur & Monumentengids Leiden. Zijn In Memoriam beklemtoont hoe zijn werk een zeldzame synthese belichaamt van functie en architectuur, kortom, vorm volgt functie. Helaas valt dit deel vooralsnog buiten de bescherming als gemeentelijk monument, wat onder meer merkwaardig is omdat zich in de noordgevel aan de Haagweg een zich over de gehele hoogte van het gebouw uitstrekkende imponerende ingangspartij bevindt, die aan Mondriaan en De Stijl doet denken en waar boven de kloeke toegangsdeuren ooit in grote, schreefloze letters trots het woord ambachtsschool prijkte.

Het gebouwencomplex wordt na de Tweede Wereldoorlog nog verrijkt met een conciërgewoning (1957), een tweede gymnastieklokaal (1983) en een groot metsellokaal (1957) aan de achterzijde. Verkennend onderzoek van het Bureau Monumenten wees uit dat dit laatste bouwdeel beslist architectonische kwaliteiten moeten worden toegekend, onder meer vanwege de toepassing van de in Leiden zeer zeldzame houten driescharnierkniespanten. Heel toepasselijk is in dit bouwdeel thans een beeld- en steenhouwer gevestigd.

Hoogtepunt qua omvang was het jaar 1966, met een leerlingenaantal van 766. Daarna zette een steeds snellere neergang in, tot 232 leerlingen begin en 196 leerlingen eind 1984. Achtergrond voor de neerwaartse spiraal vormden de concurrentie van het confessioneel technisch onderwijs, andere technische scholen in modernere gebouwen en verwaarlozing van het eigen complex (om het nieuwe gymlokaal te krijgen moest tientallen jaren worden gezeurd), de veralgemenisering van het onderwijs, de toenemende concurrentie van andere schooltypen en de deels traditionele, deels nieuwe vooroordelen tegen onderwijs waar handenarbeid de hoofdmoot vormde. De toelating in 1969 van het eerste meisje tot de dagopleiding kon de zaak niet meer redden. Na de invoering van de Mammoetwet (1968) ging de opleiding zich tooien met de naam Algemene Technische School. In 1972 werd het bevoegd gezag omgedoopt tot Vereniging voor Algemeen Voortgezet & Beroepsonderwijs. In 1985 viel het doek van het zelfstandig bestaan door een noodzakelijke fusie met de gemeentelijke lagere technische school De Nieuwe Vaart, die tot 1992 nog van een aantal lokalen gebruik maakte.

Kunst van het kraken
Als protest tegen het pover gemeentelijk atelierbeleid kraakte via een toiletraampje van de eerder gekraakte directeurswoning op maandag 14-15 maart 1993 een groep kunstenaars van de Werkgroep Ateliers van de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK) het complex van de Ambachtsschool. In mei sloot de nieuw opgerichte Stichting De Leidse School een gebruiksovereenkomst af met de Dienst Domeinen, die het complex van De Nieuwe Vaart overnam . Eerdere vernielingen werden gerepareerd en voor zover mogelijk werd urgent achterstallig onderhoud gepleegd. (De kelder stond bijvoorbeeld onder water.) In 1996 nam de gemeente Leiden het complex van Domeinen over, in afwachting van definitieve herbestemming. Na inmiddels dertien jaar heeft het Kunstcentrum Haagweg 4 een respectabele staat van dienst met het beheer van meer dan veertig ateliers. Ook presenteerde het vele tientallen tentoonstellingen van eigen kunstenaars en gasten geweest. Het educatieve karakter van het centrum wordt weerspiegeld in allerlei cursussen die worden gegeven. In het ontwerp-bestemmingsplan Haagwegkwartier staat het complex ten noorden van het oude Van Gend & Loosterrein aangeduid met de bestemming Maatschappelijk Doeleinden. En de gemeente wil nu eindelijk geld steken in behoud, zij het deels ter compensatie van elders (bijvoorbeeld op de Kaasmarkt) te liquideren atelierruimten. Bovendien moet de investering ook nog eens kostendekkend zijn, wat zal blijken in de hogere huur van de werkplaatsen. Wethouder Ron Hillebrand onderstreepte bij de opening van de tentoonstelling Van Ambacht tot Kunst op 20 januari dit jaar overigens dat ook “Haagweg 4” een voorbeeld is van de vrucht van particulier initiatief; in aansluiting op dat van de oude Ambachtsschool, kunnen wij eraan toevoegen. De nijverheid van de kunsten is een waardige herbestemming van het oude pand. Zo komt de Ambachtsschool toch nog terug.

Dankwoord
Naast het Regionaal Archief Leiden (waar zich acht meter archief van de Ambachtsschool bevindt) wil ik enkele personen met name noemen vanwege hun hulp bij de voorbereiding van dit artikel. Dit zijn ir. Edwin D. Orsel van het bureau Monumenten en Archeologie van de Dienst Bouwen en Wonen van de Gemeente Leiden; Marcel Leechburch Auwers, die studie verricht naar het archief van het architectenbureau Mulder-Buurman-Schutte; coördinator van het Kunstcentrum Haagweg 4 Nelleke van Varick; en eveneens van dit centrum Yvonne van Erkel, die ik hartelijk dank voor gebruikmaking van haar aantekeningen uit het archief van de Ambachtsschool voor de tentoonstelling over de geschiedenis van de school die 20 januari werd geopend.

Gerard J. Telkamp, maart 2006

© Stichting Industrieel Erfgoed Leiden