Logo Stiel
Industrieel Erfgoed in Leiden

STIEL

Werninkterrein krijgt straatnamen

Het Morskwartier heeft een karakteristiek braakliggend gebied aan de rand van de Hoge Mors bij de bocht waar het Galgewater weer gewoon Oude Rijn heet, tegenover De Vink dus. Het is een oud industrieterrein aan het eind van de Amphoraweg, dat in de wandeling het Werninkterrein heet. In de gemeenteberichten van eind augustus stond een mededeling van de straatnamencommissie onder het kopje Thema Bouwmaterialenindustrie. Voor het Werninkterrein worden de volgende straatnamen voorgesteld: * Betongieterij; * Glazuurderij; * Kalkbranderij; * Steenplaats; * Steenbakkerij; * Pannenbakkerij; en * Wernink (betonwarenfabriek). Wie bezwaren had kon binnen 28 dagen reageren.

Het Leidsch Dagblad van vrijdag 21 augustus wijst er in dit verband op dat er nog steeds geen concreet bouwplan is voor het Werninkterrein. Er was kort geleden een Alphense firma met de veelbelovende naam Green Estate die er zo’n 400 (vierhonderd) studentenkamers wilde bouwen, inclusief loopbrug naar al bewoonde wereld van de Hoge Mors, maar dit plan liep begin dit jaar spaak. Voorlopig zijn plannen voor bebouwing van deWerninkterrein baan. Al stond in hetzelfde LD ook een bericht dat een studente een initiatief had genomen om er zeecontainers neer te zetten voor tijdelijke bewoning.

Even een stukje geschiedenis. Het Werninkterrein strekte zich vroeger noordelijker uit, tot en met het terrein waar sinds 1983 de Churchillbrug staat. Op deze brede strook langs het Galgewater was meer dan anderhalve eeuw een bedrijf met de naam Wernink gevestigd, de laatst gebruikte namen waren Wernink’s Bedrijven of de N.V. Wernink’s Kalkfabrieken, Hoge Morsweg 148. Opgericht in 1814. In 1844 nam het de van oorsprong Alphense onderneming van Petrus Adrianus Wernink een kalkbranderij over op wat toen nog grondgebied van Oegstgeest was; op dat gebied stonden al drie kalkovens, een “leshuis” voor het blussen van gebrande kalk en woningen aan de Hoge Morsweg. (De kalkovens verwerkten vroeger schelpen die schelpenvissers uit de Noordzee en van het strand hadden opgediept.).

In 1910 werd het familiebedrijf een Naamloze Vennootschap. In 1907 was intussen al de pannenfabriek van N.V. de Nijverheid, de Oegstgeestsche Stoom Pannen- en Trasfabriek overgenomen (tras is gemalen tufsteen, grondstof voor metselspecie). Ook werd in 1908 het terrein van de Eerste Leidsche Betonfabriek erbij getrokken. Er ontstonden afzonderlijke werkmaatschappijen, zoals in 1906 Wernink’s Betonfabriek (in 1924 Wernink’s  Beton Maatschappij). En in 1933 Wernink’s Betonpaal N.V., voor fabricage van de zogeheten Witboorpalen. En in het noordelijkst gedeelte werd in 1932 het complex van de N.V. Fayence en Tegelfabriek Amphora aan Wernink verkocht, beroemd vanwege de fraai beschilderde porseleinen vazen. In april 2010 viel het doek definitief voor Wernink Beton.

Ik herinner me hoe in de jaren zeventig van de vorige eeuw bewoners van de Morsweg en Hoge Morsweg steen en been klaagden over de eindeloze rij stoffige zand- en vrachtauto’s die over hun nauwe verbindingsweg denderden. Die waren blij met Churchillbrug en later met het definitief verdwijnen van Wernink. In ieder geval is het terrein interessant industrieel erfgoed. Behalve  de kern van het laatste bedrijfscomplex met betonmortelmolens staan er nog twee beslist niet onaardige gebouwtjes uit de jaren twintig (?) van de vorige eeuw; een kantoor- en directiegebouw met art-déco betegeling boven de ramen en verderop een dienstwoning in Amsterdamse-Schoolstijl. Het zou mooi zijn als die bij eventuele bebouwing bewaard zouden kunnen blijven, ook als herinnering aan de vroegere functie van het terrein.

dit artikel verscheen eerder in het wijkblad Morsetekens
tekst: Gerard J. Telkamp
foto's: Hilde van Dijk

 

 

woning Awoning B

© Stichting Industrieel Erfgoed Leiden