Logo Stiel
Industrieel Erfgoed in Leiden

STIEL

2010

STIELZ 2010 - nummer 4 - december

Inhoud van dit nummer:
pagina 3   Steeds minder historische muurreclames in Leiden
pagina 6   Een fabriek op de vestingwal
pagina 6   Afscheid van de leukste winkel van Leiden
pagina 12   Rubriek Monument: Radio Kootwijk op weg naar een nieuwe toekomst
pagina 15   Afscheid W. Eggenkamp / Verbouwing De Druyf gaat niet door
pagina 16   Sloop dreigt voor Van der Klaauw-toren
pagina 17   Kalender met schoorstenen / Naaimachinecentrum gaat met pensioen

Redactioneel

HOEDER VAN ALGEMEEN BELANG

Onze donateurmiddag samen met de Dirk van Eck Stichting eind november was een succes. Goed om te zien dat zoveel mensen zich in willen zetten voor het behoud van waardevolle panden. Daar kan de gemeente Leiden nog een voorbeeld aan nemen in het geval van de Van der Klaauw-toren. Het wordt geen gemeentelijk monument omdat de gemeente bang is voor een schadeclaim van de Universiteit. Opmerkelijk. Maar wat minstens zo opmerkelijk is, is dat de Universiteit de sloop en de opbrengsten van nieuwbouw koppelt aan een renovatie van de Sterrewacht. Alsof je de Leidse Schouwburg afbreekt om de Waag te renoveren. In dit spel speelt STIEL belangeloos de rol van hoeder van het algemeen belang. Een rol die de gemeente meer zou passen, maar ernstig verzuimt.
Ik ben nu twee jaar voorzitter, tijd voor een overweging over de toekomst van STIEL. De geschiedenis van de gebouwen waarin de werkende mens actief is, levend houden en de gebouwen behouden. Die geschiedenis begon niet met de industrie en eindigt er ook zeker niet mee. In die zin is de term industrieel erfgoed ook te beperkt. Sinds de jaren tachtig is onze economie omgebouwd tot een diensteneconomie, net als in de rest van West-Europa. En verrezen er kantoorgebouwen in de stad. Bijvoorbeeld het GAK aan de Plesmanlaan, met Olivetti ernaast, de panden aan de Schipholweg en recenter de toren bij de Groenoordhallen. Wat denken we daar nu en in de toekomst over? Vechten we dan ook voor het behoud van deze panden? Laatst was ik in het oude belastingkantoor aan het Stationsplein, waar nu verschillende gemeentelijke diensten zetelen, en ook dat is een karakteristiek pand. Op de bestuurvergadering is het ook al ter sprake gebracht door een medebestuurlid. Wat ik maar wil zeggen, we zullen onze focus breder moeten gaan richten.
Op naar het bio-science park! Een van de eerste voorbeelden van een thematisch bedrijvenpark in Nederland. Er staan daar wel panden die nu ook al de moeite waard zijn. Maar hoe denken we daar over 30 jaar over als er bij wijze van spreken een historische vereniging bestaat die zich met de geschiedenis van dit park bezighoudt. En die samen met ons zich buigt over grootschalige herinrichtingsplannen voor het terrein. En tot de conclusie komt dat er wel veel gesloopt wordt dat het tijdsbeeld uitstekend laat zien en waardevol is. Het zou zomaar kunnen.

Gerard van Hees

Steeds minder historische muurreclames in Leiden
Komend jaar landelijk overzicht van oude gevelreclames
Volgend jaar verschijnt een landelijke overzichtspublicatie over de opkomst, neergang en revival van historische geschilderde muurreclames, een interessant cultuurhistorisch fenomeen. Ook Leiden heeft zijn geschilderde muurreclames, maar het worden er wel steeds minder.

Een fabriek op de vestingwal
Tussen de Derde Binnenvestgracht en de Maresingel staat het gebouw Nieuwe Energie. Het is duidelijk een oude fabriek, een wolspinnerij om precies te zijn. Aan de Derde Binnenvestgracht oogt het gebouw vooral stoer en strak. Aan de Maresingel buigt de in glas en kleurige baksteen uitgevoerde gevel sierlijk mee met de waterloop, om te eindigen met een torentje met fraaie rondingen en een glazen top. Het geheel heeft iets weg van een oude vestingmuur. Inderdaad lagen hier ooit vestingwerken, al waren het geen stadsmuren met torens maar zware aarden wallen. De bocht in de singel verwijst naar een van de bolwerken waarmee de verdedigingsgordel om de stad extra versterkt werd, het Papegaaisbolwerk. We schetsen hier de geschiedenis van deze plek, van vestingwal tot fabriek en verder.

De leukste winkel van Leiden
An Knappers blikt terug op 'haar' Paddenburg
Onlangs sloot Paddenburg, de feestwinkel die sinds 1920 in het markante pand aan de Nieuwe Rijn 11 was gevestigd, definitief de deuren. An Knappers was tot 1990 het gezicht van de winkel en wordt ook nu nog op straat aangesproken door klanten die verknocht waren aan de winkel. Met haar blikken we terug op 38 jaar tussen de etalagematerialen en feestneuzen.

Rubriek Monument: Radio Kootwijk op weg naar een nieuwe toekomst
Radio Kootwijk, het vroegere zenderpark op de Veluwe, wacht een nieuwe toekomst. Eind vorig jaar kwamen de gebouwen, waaronder de rijksmonumenten Gebouw A (oftewel de kathedraal van de Veluwe) en de watertoren, in het bezit van Staatsbosbeheer. die ook de grond in eigendom heeft. Deze organisatie heeft een plan ontwikkeld voor een herontwikkeling van dit unieke stukje Nederland, waarin cultuur en educatie een belangrijke rol zullen gaan spelen.

Goud en gedenkspeld voor Wim Eggenkamp
Voorzitter Leidse Monumentencommissie treedt terug
Na elf jaar te hebben gefunctioneerd als voorzitter van de Leidse Monumenten(selectie) commissie is Wim Eggenkamp teruggetreden. Op een in november gehouden afscheidsbijeenkomst kreeg hij van wethouder Jan-Jaap de Haan (Cultuur, werk en inkomen) als waardering voor zijn werk de gedenkspeld in goud van de gemeente Leiden.

Verbouwing De Druyf gaat niet door
Waardevolle pakhuisgevel blijft onaangetast
De vroegere distilleerderij van Hartevelt aan de Langegracht, het oudste fabrieksgebouw van Leiden, blijft ongeschonden. De voorgenomen verbouwing van 'de Druyf' (genoemd naar sluitsteen met druiventros) tot kantoor, mét de betwiste ingreep in de voorgevel, gaat niet door om economische redenen. De verbouwing is ook niet voorzien binnen een periode van vijf jaar. Op verzoek heeft de gemeente dan ook de benodigde bouw- en monumentenvergunningen ingetrokken. Dat zelfde heeft STIEL gedaan met haar bezwaarschrift bij de rechtbank.

Sloop dreigt voor Van der Klaauw-toren
Sloop dreigt voor de Van der Klaauw-toren , nu de gemeente Leiden de status van monument voor de toren afwijst. Waarom de Van der Klaauw-toren, een bijzonder voorbeeld van de architectuur uit de wederopbouwperiode, juist niet afgebroken moet worden, vertelde Paulina Buring, bestuurslid van STIEL, op een drukbezochte donateursbijeenkomst van de Stichting Industrieel Erfgoed Leiden en de Dirk van Eck-stichting, gehouden op 28 november jl.

STIELZ 2010 - nummer 3 - september

Inhoud van dit nummer:
pagina 3   De Leidse Gaperdrieling herenigd
pagina 5   Monumentenzorg / Tentoonstelling / Boeken
pagina 7   Schoonheidskoningin in de Steenstraat
pagina 14   Rubriek Monument: Plan van Zuid, Hengelo
pagina 17   Uit Leiden & regio
pagina 18   STIEL's actielijst
pagina 19   IJzeren vuurtorens

Redactioneel
Het bestuur heeft afscheid genomen van zijn secretaris, Jan Willem Wesseldijk. Ik heb hem leren kennen via STIEL. Ons contact was goed. Jan Willem had altijd
overzicht, zijn zaken op orde, en vooral straalde hij een prettige rust uit. Hij is zo'n collega waar je energie van krijgt, die je direct het gevoel geeft dat je aan hetzelfde eindje van het touw aan het trekken bent. Hij heeft mij als onbekende in de wereld van industrieel erfgoed veel geleerd.
Met vele anderen hebben we afscheid van hem genomen nu hij zijn kamp heeft opgeslagen in Gennep, onder Nijmegen. Hij deed dat in een passende omgeving, in Nieuwe Energie met een verhandeling door Cor Smit over Clos en Leembruggen, de grote textielfabriek die daar heeft gestaan. Opvallend is dat dit hele complex al weg was toen ik in Leiden kwam wonen. Ik woonde daar zelfs vlakbij. Ik bekijk nu, als voorbeeld, de Digros aldaar met hele andere ogen. Een passender afscheid, dat hij overigens zelf had georganiseerd, voor een secretaris van STIEL is natuurlijk nauwelijks denkbaar.
De laatste afspraak die ik met Jan Willem had, was bij SLS Wonen. Een dag ervoor had architect Zumthor zijn plannen ontvouwd over de Meelfabriek. In een geweldige ambiance, in de Meelfabriek zelf, voor een groot publiek, werd iedereen enthousiast gemaakt met een prachtige presentatie. STIEL, als convenantpartner met de gemeente Leiden en de eigenaren, wil graag betrokken blijven en had om een overleg gevraagd. En daar zaten we dan, in werkoverleg met Zumthor. Het opvallende aan de plannen met de meelfabriek is dat Zumthor door de muren heen het eigene vooral ziet in de vorm, het volume en de constructie. De muren zijn voor hem van minder belang, wellicht ook omdat het veel meer mogelijkheden geeft. Binnen het bestuur van STIEL leidt dit gegeven tot de nodige discussie. Is de Meelfabriek niet ook een contour, een verzameling gebouwen die tijdvolgordelijk bijeen is gezet en daardoor ook uniek is? Is dat niet het beginpunt? Of moeten we buiten onze eigen oevers treden, en onze normale concepten opzij zetten en de plannen beoordelen als een boven Leiden, boven Nederland staand internationaal concept, waar geen vergelijk op staat. En moet het die kans ook krijgen. In ieder geval, uit de vergadering kwam het idee om de oude en de nieuwe Meelfabriek te boekstaven en de presentatie van de dag ervoor, voor genodigden, ook aan de Leidse bevolking aan te bieden. Maar terug naar Jan Willem, ik zal het nooit vergeten, die zijn bijdrage begon met "Where are the walls". Jan Willem, het ga je goed in Gennep.
Gerard van Hees

LEIDSE GAPERDRIELING NA 41 JAAR WEER SAMEN
Ongeveer vijftig jaar lang waren ze een hecht trio. Ze hingen stevig aaneengesmeed aan de gevel van een Leidse drogisterij. In de jaren zestig werden ze van de gevel gehaald en opgeslagen in een Amsterdamse kelder. Eén van de drie ging naar Bilthoven en reisde later via Maarssenbroek naar Gouda. De andere twee bleven samen en verhuisden naar Maarssen. Onlangs werden ze herenigd en nu zijn ze het pronkstuk van het Nederlands Drogisterij Museum.

SCHOONHEIDSKONINGIN IN DE STEENSTRAAT
kasteleinsdochter op 10a schreef geschiedenis
Op onze rondgang langs panden aan de oostzijde van de Leidse Steenstraat zijn we beland bij nummer 10A, het spreekwoordelijke Café op de Hoek, in dit geval de hoek van de Sint Aagtenstraat. Met een korte onderbreking door een tabakswinkel heeft hier altijd horeca gezeten, al heet het nu grillroom restaurant Sphinx en geen Café Tivoli, Pschorr of Astoria.

QUIRINUS HARDER: DE ONTWERPER VAN DE IJZEREN VUURTORENS
De gietijzeren vuurtorens aan onze kust behoren tot de fraaiste industriële monumenten van ons land. Wie is de ontwerper van deze lichttorens aan onze kust? Zijn naam is Quirinus Harder, hij leefde in de negentiende eeuw, van 1801 tot 1880. Over hem is weinig geschreven, een foto van hem is niet voorhanden. Hierbij zijn levensbericht en een overzicht van zijn creaties, die volgens een deskundige nog wel een paar honderd jaar meegaan.

STIELZ 2010 - nummer2 - juni

Inhoud van dit nummer:
pagina 3 Nieuw leven voor Leidse Meelfabriek /Stiel's actielijst
pagina 7 Vliegkamp wordt woonwijk
pagina 8 Rubriek Monument: Oude haardenfabriek in glansrol
pagina 11 Industrie & Beeldende Kunst IV (slot): Rein Nijhof: fascinatie voor oude fabrieksgebouwen
pagina 12 Kijkje in de watertoren
pagina 14 Ing. D.W. van Rennes en zijn machinefabriek Drakenburgh
pagina 18 Het verhaal van het Haagse sportgebouw

Redactioneel
Kritisch volgen
Drie jaar geleden sloot de Stichting Industrieel Erfgoed Leiden met de gemeente Leiden, de projectontwikkelaars van de Meelfabriek en de SLS (huisvesting Leidse studenten) een overeenkomst over een nieuw leven voor de Meelfabriek. De organisatie had toen al twintig jaar, vanaf haar oprichting in 1987, strijd geleverd voor het behoud van de kolos aan de rand van de Leidse binnenstad. Via het toekennen van de status van rijksmonument in het jaar 2000 werd dat doel voorlopig bereikt.
In 2007 kreeg STIEL de kans om mee te praten met de overige betrokkenen over de plannen voor het fabriekscomplex. Om dat mogelijk te maken werd een beroep van de organisatie tegen de vigerende plannen voor de Meelfabriek bij de Raad van State ingetrokken. Daartegenover stond de toezegging dat enkele onderdelen van het complex, het kantoorgebouw en de fietsenstalling, niet afgebroken zullen worden voor er een compleet plan op tafel ligt (met inbegrip van een oplossing voor de silogebouwen). Ook zal STIEL nadrukkelijk betrokken worden bij het verdere overleg over het plan voor de Meelfabriek.
In april jl. werd in het kader van een startbijeenkomst voor monumentenbeheer - nieuwe stijl in de Meelfabriek het plan van de Zwitserse architect Peter Zumthor gepresenteerd. Daarover elders in ons blad een verslag. De bijeenkomst was zonder meer een verrassing en dat geldt zeker voor het plan. Zumthor is van plan alle gebouwen van het complex op een na (het ketelhuis) te voorzien van nieuwe gevels. Elk gebouw krijgt een eigen behandeling en een eigen functie. De nieuwe gevels zullen de oude constructies (staalskeletten, betonnen kolommen en siloruimten) benadrukken en respecteren. Oude industriële kracht als achtergrond voor het leven van nu, aldus Zumthor.
Het is een hele nieuwe opvatting van monumentenzorg. De vraag blijft of dit een goede manier is om met rijksmonumenten om te springen. Die vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Het is evenwel niet uitgesloten dat de voorgenomen werkwijze van Zumthor een succes zal blijken. Dat moet afgewacht worden. STIEL blijft intussen de ontwikkelingen nauwlettend en kritisch volgen, met als einddoel een verantwoord hergebruik van de Meelfabriek.

Nieuw leven voor Leidse Meelfabriek
De Zwitserse architect Peter Zumthor gaat met eigenaar/projectontwikkelaar Ab van der Wiel uit Noordwijk de Leidse Meelfabriek nieuw leven inblazen. Het werk begint volgend jaar en de verwachting is dat het nieuwe complex, dat overigens maar in beperkte mate zal herinneren aan het oude fabriekscomplex, in 2015 gereed komt. Zo'n dertig jaar nadat de eerste plannen voor hergebruik van de Meelfabriek waren gemaakt. STIEL speelde, zoals bekend, een hoofdrol in het behoud van de Meelfabriek.

Van der Klaauw-toren voorlopig gered
Andermaal een overzicht van de activiteiten van STIEL ten behoeve van Leids erfgoed. Belangrijkste resultaat: de Van der Klaauwtoren is voorlopig van de sloop gered!

Vliegveld wordt woonwijk
De gemeente Katwijk en het Rijksvastgoeden Ontwikkelingsbedrijf (RVOB) gaan samen een plan opstellen voor de ontwikkeling van het vroegere Marinevliegkamp Valkenburg. Daartoe werd in maart jl. een intentieovereenkomst gesloten tussen Katwijk en het RVOB. De overeenkomst heeft betrekking op het Katwijkse deel van de locatie Valkenburg. Er is apart overleg met de gemeente Wassenaar over het kleine deel van de locatie dat tot deze gemeente behoort. Het is de bedoeling dat het overleg tussen de twee partners in de ontwikkeling van de locatie Valkenburg zal leiden tot een ontwerp-Masterplan, dat waarschijnlijk begin volgend volgend jaar gepresenteerd zal worden. Het is de bedoeling dat op deze locatie 5000 woningen worden gebouwd, waarvan 500 in een topwoonmilieu. Van de overige 4500 huizen wordt 30 procent gerealiseerd als sociale woningbouw.

Oude haardenfabriek in glansrol
De oude haardenfabriek DRU in het Gelderse Ulft is in het afgelopen jaar een glansrol gaan vervullen: die van cultuurpaleis. Het is een van de voorbeeldprojecten van MoMo, het nieuwe monumentenbeleid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. waartoe sinds kort ook de Leidse Meelfabriek behoort.

Rein Nijhof: fascinatie voor oude fabrieksgebouwen
In de kunstgeschiedenisboeken worden ze niet vermeld, in de kunstmusea ontbreken ze, hun namen hebben slechts plaatselijke of regionale bekendheid. Dat geldt voor de tekenaars en schilders die zich zonder kunstzinnige pretenties bezighouden met het afbeelden van industrieel erfgoed. Toch levert dat soms aardig werk op, met een vooral documentaire betekenis. Kijk naar het werk van Rein Nijhof, industrieschilder uit overtuiging. De laatste aflevering in de serie over industrie en beeldende kunst.

Ing. D.W. van Rennes en zijn machinefabriek "Drakenburgh"
De Drakenburgh Machinefabriek heeft een lange en rijke historie en dankt haar naam aan het Huis Drakenburgh, een pand aan de Utrechtse Oude Gracht. Oprichter van de fabriek, Dirk Willem van Rennes, bouwde daar in 1890 de eerste verbeterde petroleummotor van Nederlands fabrikaat. Maar wat te denken van de eerste fiets in Nederland, de productie van naaimachines en scheepsmotoren?

Het verhaal van het Haagse sportgebouw
Elk monument heeft zijn eigen verhaal. Soms is het al geruime tijd geleden aan een tweede of soms zelfs een derde leven begonnen. Maar steeds is het in onze belevingswereld gebleven. Deze keer in deze rubriek een wat minder bekend monument, dat er ook na meer dan een eeuw nog goed bijstaat: het vroegere Sportgebouw aan de Theresiastraat in Den Haag.

STIELZ 2010 - nummer 1 - maart

Inhoud van dit nummer:
pagina 3 "Meelfabriek schoolvoorbeeld van moderne monumentenzorg"
pagina 5 Actie voor behoud Van der Klaauw-toren
pagina 7 STIEL op de bres voor kantoor scheepswerf
pagina 8 Industrie & Beeldende Kunst III: Industriekunst komt op gang
pagina 11 Rubriek Monument: Het wonder van Houten
pagina 15 Barning Leiden: de boventoon in pianohandel
pagina 17 Jaarverslag STIEL

Redactioneel
DE VAKBEWEGING
Industrieel erfgoed is een term die ik in mijn werk weinig hoor. Ik werk bij FNV Bondgenoten, de grootste vakorganisatie van Nederland, die mede ontstaan is uit de Industrie- en Voedingsbond. Vroeger kwam ik ook wel in karakteristieke gebouwen, zoals bij het voormalige Orange (nu T-Mobile) en de Postbank in Den Haag. Vooral bij Orange werd er op mijn verzoek altijd onderhandeld in de voormalige directiekamer, waar verleden en statigheid van de wanden afstraalden. Eikenhout en zware stoelen hebben mijn voorkeur. De gebouwenkeuze van ondernemingen is echter geen onderwerp waar de ondernemingsraad of de vakbond zich erg mee bezighoudt. Dit in tegenstelling tot de bedrijfsgeschiedenis. Regelmatig kom ik kaderleden tegen die ook actief zijn in bedrijfshistorische verenigingen en ontvang ik van tijd tot tijd prachtige boeken. In mijn sector, de ICT, gaat het dan over de productie van typemachines en telefoons, draden, gebouwtjes en sorteermachines. In het huidige tijdperk van de software is er veel minder te zien en is een rondleiding in dit soort bedrijven ook niet meer actueel. Het laatste "uitje", dat ik meemaakte, was een wandeling naar boven in de windmolen van Siemens langs de A12 in Zoetermeer.
Toch is de relatie tussen industrieel erfgoed en vakbeweging wel gemaakt. Ik herinner me een boekje van een hoofdbestuurder van de Bouw- en Houtbond FNV, Wil van Rijswijk, die het cultuuraspect uiteenzette en naast de 1 mei-viering ook het behoud van panden en schoorstenen in dat kader plaatste. Hij wilde de werkplaats van de arbeider, de industriële naam van de huidige werknemer, niet verloren laten gaan. Helaas heeft zijn oproep geen breed vervolg gehad. In het debat in de verschillende steden ontbreekt de vakbeweging toch meestal. In die zin vind ik het voorzitterschap van STIEL voor mezelf een absolute toegevoegde waarde en hoop ik daarmee ook vanuit de vakbeweging de werkplaats van het verleden te behouden. In dat kader herinner ik me een vriend, die ooit een fotoboek maakte over de textielindustrie in Tilburg. Na de persconferentie en het glaasje/drankje startte de verkoop van het boek in de lokale boekhandel en echt, rijen oud-textielarbeiders stonden op straat te wachten. Industrieel erfgoed leeft ook bij werknemers!.

"Meelfabriek schoolvoorbeeld van moderne monumentenzorg"
De Meelfabriek in Leiden is een schoolvoorbeeld van een moderne monumentenzorg met aandacht voor object en gebied, herbestemming, volkshuisvesting en commerciële belangen. Vandaar dat de Leidse Meelfabriek is verkozen tot locatie waar op 12 april a.s. de start van de monumentenzorg- nieuwe stijl (MoMo) met enig feestelijk vertoon zal plaatsvinden. Deze opmerkelijke uitspraak staat in de nieuwsbrief Cultuur & Media van het ministerie van OCW.

Zorg over waardevolle panden
Actie voor behoud Van der Klaauw-toren
Stiel zet zich dezer dagen in voor het behoud in de originele vorm van vier waardevolle historische panden en locaties:
  • Er zijn bouwplannen voor het gebied van de Sterrewacht, waartegen onlangs een bewonersprotest is gerezen. STIEL richt haar actie vooral op het behoud van de Van der Klaauw-toren aan de Kaiserstraat;
  • het pand Middelstegracht 36, een gemeentelijk monument, waarvoor de dreiging van sloop bestaat;
  • het Hartevelt-complex aan de Langegracht, eveneens monument, waarbij een rampzalige ingreep in de voorgevel een aantasting van de monumentale waarde impliceert; en
  • de dakpannenfabriek Nieuw Werklust in Hazerswoude-Rijndijk, een rijksmonument, dat steeds verder in verval wegzakt.

STIEL op de bres voor kantoor scheepswerf
STIEL zet zich in voor de aanwijzing van het vroegere kantoor van de scheepsbouw- en reparatiewerf 'De Hoop' van de familie Boot aan de Sumatrastraat tot gemeentelijk monument. Al in maart vorig jaar heeft de organisatie een daartoe strekkend verzoek ingediend bij B. en W., maar tot op heden bleef een antwoord uit. STIEL heeft nu bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing. Daarvoor staat immers een bepaalde termijn.

Eind van de negentiende eeuw
industriekunst komt op gang
De eerste geschilderde afbeeldingen van industrie en fabrieksarbeid verschenen in ons land tegen het einde van de negentiende eeuw. Anton van Rappard (1858-1892) legde zich al rond 1880 toe op het schilderen van de fabrieksarbeider in zijn werkomgeving in een impressionistische stijl. Heijenbrock, die wij al eerder in deze serie over industrieel erfgoed en beeldende kunst ontmoetten, ging zich omstreeks 1900 specialiseren in het schilderen en tekenen van industriële onderwerpen. Maar ook voor Pieter de Josselin de Jong (1861-1906) was industrie en fabrieksarbeid een belangrijk thema. Verder behoort Dirk Nijland (1881-1955) tot de eerste kunstenaars die zich met deze onderwerpen bezighielden, getuige zijn tekeningen Een fabriek, Borinage en Rumoer, die dateren van de jaren 1901-1903.

Familiebedrijf verlaat leiden na 88 jaar
Barning Leiden: de boventoon in pianohandel
De lichtreclame "piano's" zit nog aan de gevel, maar verder herinnert niets meer aan de vele instrumenten die er van eigenaar verwisselden. Wim Barning (1951) is de derde generatie in het familiebedrijf Barning, dat onlangs het grote pand aan de Stationsweg in Leiden verruilde voor een nieuw onderkomen in Sassenheim. Tijd om samen met Barning terug te blikken op 88 jaar Leidse aanwezigheid.

© Stichting Industrieel Erfgoed Leiden