Logo Stiel
Industrieel Erfgoed in Leiden

STIEL

STIELZ 2009 - nummer 2 - juni

STIELZ 2009 - nummer 2 - juni

Inhoud van dit nummer:
pagina 3   Laatste industriële steeg van Leiden behouden
pagina 4   Historische winkelpuien in oude glorie herstellen
pagina 8   Hartevelt-complex krijgt opknapbeurt
pagina 11   Rubriek Monument: Hotel in watertoren aan Wantij
pagina 13   Verdwijnend industrieel verleden van Vogelwijk
pagina 15   Uit Leiden & regio

Redactioneel
De Lakenhal

Met enige zorg volgen wij de verrichtingen van het Stedelijk Museum De Lakenhal. Het museum bereidt zich voor op een herschikking met als belangrijkste thema: minder geschiedenis en meer kunst, zo bleek op een vergadering van belangstellenden in de Lakenhal. Dat geeft te denken. Onze stichting heeft in het recente verleden op een goede wijze zaken gedaan met het museum. Objecten die de historie van de Leidse bedrijven in beeld brengen, vonden meestal een goed onderdak bij het museum. Dat gold evenzeer voor kunst die op ons pad kwam. Een voorbeeld daarvan is een muurschildering van Eppo Doeve, die mede door toedoen van STIEL bij het museum De Lakenhal terecht kwamen.

Is dit alles nu opeens voorbij? Wij kunnen ons dat niet voorstellen, zeker niet wanneer we denken aan de opvatting van mr.dr. J.C. Overvoorde, directeur van het museum in 1924: 'De kern van de verzameling werd oorspronkelijk gevormd door de op het Stadhuis aangetroffen schilderijen en de nog aldaar en bij de gestichten berustende oude voorwerpen. Hierdoor kreeg het museum een sterk sprekend zuiver Leidsch lokaal-historisch karakter, hetwelk ook bij latere aankoopen, op de afdeling schilderijen na, op den voorgrond stond, door in het bijzonder datgene bijeen te brengen, wat een bijdrage kon geven tot de kennis van de geschiedenis van de stad met hare instellingen en van de levenswijze van hare ingezetenen.
Het museum was hierdoor in den grond verschillend van een kunst- of kunstnijverheidsmuseum, alwaar de voorwerpen om hunne kunstwaarde of om de wijze van bewerken zijn bijeengebracht, terwijl bij de Lakenhal steeds het verband van de stad als richtsnoer gold.'

Duidelijke taal, die ook in deze tijd nog geldig is. Natuurlijk: de Lakenhal heeft ook een taak ten opzichte van de kunst en dan bij voorkeur kunstuitingen, die op welke wijze dan ook met Leiden verbonden zijn. Maar de Lakenhal moet ook het museum blijven dat de geschiedenis van Leiden in al haar facetten levendig houdt. Met name ook de sociale omstandigheden, de herinnering aan de grote textiel- en metaalfabrieken en het drukkerijverleden. Hoe je het ook wendt of keert, de Lakenhal heeft hier een belangrijke taak, die niet verloochend kan worden!
Wibo Burgers

LAATSTE INDUSTRIËLE STEEG VAN LEIDEN BEHOUDEN
Als het aan de gemeente ligt, blijft de Marktsteeg zoveel mogelijk bewaard als 'laatste industriële steeg van Leiden'. Dat zei wethouder Jan-Jaap de Haan op de eerste, in april gehouden informatiebijeenkomst over het project Muziekcentrum De Nobel.

HISTORISCHE WINKELPUIEN IN OUDE GLORIE HERSTELLEN
gemeente komt met nieuwe subsidieregeling
Winkelpuien in de Leidse binnenstad herbergen achter een moderne pui soms nog delen van hun historische opzet. Hoewel er in de loop der jaren vele gevels zijn aangepast aan moderne ideeën over winkelpuien en veel gevels zijn ontsierd met grote reclame-uitingen, valt er nog heel wat te ontdekken van de historische kwaliteit van weleer. De gemeente Leiden initieerde het project "Historische Winkelpuien" en een nieuwe subsidieregeling (SHS) om de Leidse winkelier te stimuleren zijn pui waar mogelijk in oude glorie te herstellen.

HARTEVELT-COMPLEX KRIJGT OPKNAPBEURT
bouwgeschiedenis in kaart gebracht
De gemeente Leiden wil het Hartevelt-complex, vroeger een jeneverstokerij, opknappen en geschikt maken voor nieuwe bedrijfsfuncties, zoals kantoorruimte. Met het oog daarop is de bouwgeschiedenis van het complex in kaart gebracht. Bij de vernieuwing van het complex aan de Langegracht kan dan zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de geschiedenis van deze panden.

VERDWIJNEND INDUSTRIEEL VERLEDEN IN DE LEIDSE VOGELWIJK
Ruim een eeuw lang stond aan de Rijnsburgerweg met het nu verdwenen nummer 132, eerst in Oegstgeest, na de annexatie van 1920 op Leids grondgebied en na de bouw van de Vogelwijk aan de Merelstraat, een bedrijfspand met directievilla. Na enig speurwerk bleek het gecombineerde gebouw vijf functies te hebben gehad: bloembollenbedrijf, meubelmakerij, sigarenfabriek, reclamebordenonderneming en matrassenfabriek. Een blik op de eerste halve eeuw.

© Stichting Industrieel Erfgoed Leiden