Logo Stiel
Industrieel Erfgoed in Leiden

STIEL

2009

STIELZ 2009 - nummer 4 - december

Inhoud van dit nummer:
pagina 3   De ondergang van het Drukkerijmuseum
pagina 4   Boerhaaveterrein: de stand van zaken
pagina 6   Kunst & Industrie 2 - Heijenbrock
pagina 9   Einde aan Edek
pagina 14   Een leven tussen leer en wol
pagina 16   Rubriek Monument
pagina 17   Wel en wee van bedrijfscollecties

Redactioneel
Vierkant in Vierkant, een kleine geschiedenis
Op het Stationsplein staat nu nog de voorlopige versie van dit ontwerp. In hout, maar als de stichting erin slaagt 350.000 Euro bijeen te brengen zal het blijvend vorm krijgen in beton op dezelfde plek.
Wie op weg naar het station de moeite neemt het monument te zien, krijgt misschien wel een dada-gevoel. Wat beton op het plaveisel, een hek er omheen met daaraan een paar A4-tjes met informatie in twee talen. Vierkant in Vierkant, Square inside Square. Speels. In de tekst staat "dat er een 12 meter hoog plastiek komt naar een ontwerp van Theo van Doesburg uit 1917. Dat hij met het ontwerp een tweede prijs won in een wedstrijd voor een fontein op het stationsplein in Leeuwarden. Dat een stichting Vierkant in Vierkant zich al meer dan 10 jaar inzet om het ontwerp in Leiden uitgevoerd te krijgen als hommage aan een belangrijke Leidse kunstenaar, maar vooral omdat het esthetisch en universeel is en goed zou passen tegen de achtergrond van hoogbouw die ook door De Stijl is geïnspireerd."
In Leiden maakte Ron Mittelmeijer in 1998 een reconstructie van Vierkant in Vierkant, kort nadat officieel de gelijknamige stichting was opgericht als postuum eerbetoon aan Elly Kerckhoffs, het PvdA-raadslid dat zich in 1989 sterk had gemaakt om Vierkant in Vierkant op het Stationsplein te realiseren.
Direct na de oprichting van de stichting Vierkant in Vierkant zijn er bouwtekeningen gemaakt, is er een bouwaanvraag ingediend en een sponsorprogramma opgesteld. Toen strandden de plannen in de discussies over de inrichting van het Stationsplein. De stichting bleef actief en alert. Nadat jarenlang Leiden Weer Gezellig/De Groenen er aandacht aan had besteed, werd in november 2007 door de gemeenteraad van Leiden de motie "de STIJL" (GroenLinks, Posthuma) aangenomen, die aandrong op de uitvoering van het ontwerp op korte termijn bij de herinrichting van het stationsgebied. Omdat Posthuma, mijn opvolger als fractievoorzitter van GroenLinks, die avond afscheid nam, was ik er op de publieke tribune bij. En nu hebben we, naast een tentoonstelling in De Lakenhal over Van Doesburg en De Stijl, eindelijk Vierkant in Vierkant op het Stationsplein. De aanhouder wint.

Gerard van Hees

De ondergang van het Drukkerijmuseum
Met het Drukkerijmuseum is het gedaan. Eigenaar Cornelis Schenk (77) heeft het grootste deel van zijn verzameling verkocht naar het buitenland. Een belangrijk deel gaat naar een drukkerijmuseum op Kreta, dat het eigendom is van een Griekse krantenuitgever. De kans voor de gemeente Leiden om een volwaardig drukkerijmuseum binnen haar grenzen te hebben, is daarmee verkeken. Schenk betreurt het dat bij de gemeente het industrieel verleden van de stad kennelijk zo weinig in tel is.

Boerhaaveterrein: de stand van zaken
In het afgelopen jaar is er tussen STIEL, de universiteit en de gemeente heel wat te doen geweest over de 'cité médicale', de laboratoria tussen het nieuwe LUMC en de Wassenaarseweg. Aanvankelijk leek de universiteit haar hergebruikplannen te kunnen doorzetten zonder zich over het monumentale karakter van deze panden druk te willen of te moeten maken. Maar in enkele indringende gesprekken tussen de drie partijen heeft STIEL weten te bereiken dat de gebouwen vrijwel ongewijzigd behouden zullen blijven.

Heijenbrock: Nederlands enige echte industrieschilder
In de serie over industrieel erfgoed in de beeldende kunst deze keer aandacht voor de enige onvervalste industrieschilder van ons land: Herman Heijenbrock (1871-1948). Hij is de enige die met recht aanspraak kan maken op deze benaming. Heijenbrock is de man die met zijn pastels op zwart papier de beginperiode van de industriële revolutie in ons land en enkele andere Europese landen heeft vastgelegd. De laatste jaren is er een hernieuwde belangstelling voor het werk van deze schilder, die zich na bezoeken aan de Borinage vooral richtte op de zware industrie.

Einde aan Edek
In de vorige twee afleveringen (juni en september) van dit blad schetsten we de lotgevallen van een villa met bedrijfsruimte aan de Rijnsburgerweg 132 in Oegstgeest, wat later het adres Merelstraat 1 A in Leiden werd. Begonnen als bloembollenkwekerij bood het complex plaats aan een meubelmakerij, een sigarenmakerij en een reclamebordenfabriek met fabricage van speelgoed en huishoudelijke artikelen. Dit derde en laatste artikel verhaalt de wederwaardigheden van de allerlaatste functies van het gebouw, die van matrassenfabriek en stoffeerderij, 1952-2009. En dan is er ook nog een witte plek gevuld, een boter- en kaasbedrijf in de jaren twintig.

Een leven tussen leer en wol
Het is een arbeid die in vroeger dagen nog veel in de stad te zien was: het vellenploten. Jaap Marijt (1927) werkte tot 1971 - toen hij met leren artikelen op de markt ging staan - als vellenploter aan de Kijfgracht in Leiden. Ruwe vellen werden in de gracht gereinigd en van de wol ontdaan, om de wol en het leer vervolgens te verkopen. Marijt vertelt over dit bijzondere beroep.

STIELZ 2009 - nummer 3 - september

Inhoud van dit nummer:
pagina 3   Zorgen over monumentenbeleid
pagina 4   Kamsteeg's autobedrijf Oegstgeest beeldbepalend
pagina 8   Industrie niet in trek bij kunstschilders
pagina 11   Rubriek Monument: Helmond wil industrieel themapark
pagina 13   Merelstraat 1A: domein van reclameman Kemperman
pagina 17   Uit Leiden & regio / Boekbespreking

Redactioneel
De Meelfabriek in
Het is wat overdreven om het over een jongensdroom te hebben, maar 8 juni jl. was het dan toch zover, ik mocht voor het eerst met eigen ogen de Meelfabriek bewonderen. Voor STIEL is de Meelfabriek de aanleiding voor haar bestaan. Voor mij kwam de Meelfabriek voor het eerst in beeld toen Mieke Hogervorst, raadslid voor GroenLinks, midden jaren negentig er een notitie over schreef en ik als redacteur van het lokale afdelingsblad "Zout in de Pap" een artikel daaraan wijdde. Op dat moment woedde er in GroenLinks Leiden een debat over het al dan niet behoud van "die puist", zoals sommige tegenstanders de Meelfabriek consequent aanduidden.
Mijn interesse was gewekt. Dus fietste ik op een vrijdagochtend het terrein op voor een nadere kennismaking. Een bewaker hield me direct staande en voor een rondwandeling moest ik me begeven bij Meneba in Rotterdam. Dat heb ik niet gedaan. Maar nu, jaren later, zit ik aan bij een overleg en komt het er toch van. Met alle betrokkenen gaan we het gebouw in en zien we wat er nog over is van de fabriek die in de hoogtijdagen een kwart van de Nederlandse meelconsumptie produceerde. Mooie houten constructies, die er soms nog opvallend goed uitzien, zijn zeker het behouden waard. Ook stalen constructies zullen blijven om in het geplande hotel de industriële sfeer te behouden.
Hoogtepunt voor mij is wel om in de "S" te lopen. Vanaf het dak van de parkeergarage bij AH goed te zien. Destijds opperde ik in mijn artikel om er een soort barometer van te maken, nu kan ik niet nalaten te suggereren om de "S" aan te vullen tot de naam van onze vereniging, een idee dat bij SLS, een van de ontwikkelaars, ook al is opgekomen.
Maar wat ook opvalt zijn de gevolgen van het vandalisme. Veel is stuk. En al die duivenstront met zijn penetrante geur. Daarom is het goed dat er nu plannen zijn om op de begane grond aan de slag te gaan. Om met wat meer zicht verder te kunnen in de planvorming. De stad wacht er op, en ook ik kan niet wachten totdat "die puist" een nieuwe parel van Leiden is.
Gerard van Hees

ZORGEN OVER LEIDS MONUMENTENBELEID
De Leidse monumentencommissie maakt zich zorgen over het nieuwe monumentenbeleid van het gemeentebestuur. Dat blijkt uit het onlangs uitgebrachte jaarverslag over 2008 van deze commissie. Het nieuwe beleid komt erop neer dat bij aanvragen voor de monumentenstatus voortaan ook andere belangen worden meegewogen. Een "quickscan" moet de afweging inzichtelijk maken. De commissie is bang dat bij deze nieuwe methode het belang van het monument in de verdrukking komt.

KAMSTEEG'S AUTOMOBIELBEDRIJF AAN DE GEVERSSTRAAT: BEELDBEPALEND
Op 3 december 1925 sturen Huub Rooyakkers en Jan Kamsteeg hun bouwaanvraag naar het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Oegstgeest. Zij verzoeken het College beleefd vergunning voor het bouwen van een autogarage c.a. [cum annexis (Lat. met bijbehoren)] met twee bovenwoningen op een terrein aan de Geversstraat alhier (sectie E nr. 2413) volgens bijgaande tekening in tweevoud. Het briefpapier is opvallend en toont een plaatje van een gezelschap in een Studebaker met, naar het zich laat aanzien, de Parijse Notre Dame op de achtergrond. Omstreeks 1920 was Jan Kamsteeg naar Parijs gegaan met Aldert van Nieuwkoop, ondernemer van de gemotoriseerde ziekvervoer in Oegstgeest in
de Deutzstraat. Wellicht ligt daar de bron voor dit bijzondere briefhoofd.

INDUSTRIE ALS THEMA NIET IN TREK BIJ KUNSTSCHILDERS
In de Nederlandse schilderkunst is de industrie niet bepaald een geliefd thema. Eigenlijk kent ons land maar één echte industrieschilder, Herman Heijenbrock (1871-1848), die ook internationaal aanzien verwierf. In de musea in ons land is kunst, die betrekking heeft op industrie, nauwelijks aanwezig. Een uitzondering vormt het Gemeente Museum Helmond, dat pronkt met een fraaie collectie over de mens en zijn werk. Daarin is ook het industrieel erfgoed vertegenwoordigd. De eerste aflevering van een serie van vier afleveringen over industrie en beeldende kunst.

HELMOND WIL INDUSTRIEEL ERFGOED IN THEMAPARK
In de rubriek Monument aandacht voor industrieel erfgoed buiten de Leidse regio. Deze keer kijken we naar het industrieel erfgoed van Helmond: een Brabantse stad met een metaalen textielverleden. En met een mooie museumcollectie over de werkende mens, in een kasteel.

MERELSTRAAT 1A DOMEIN VAN RECLAMEMAN KEMPERMAN - van bollenbedrijf tot matrassenfabriek
In het vorige nummer van Stielz beschreven we de eerste dertig jaar (1907-1937) van een zeer binnenkort te slopen kleinschalig industrieel complexje; Rijnsburgerweg 232 in Oegstgeest, na de annexatie Merelstraat 1A in Leiden. Begonnen als woonhuis met bollenschuur van de weduwe Juffermans, voortgezet als meubelmakerij Schouten en sigarenfabriekje van Otto de Vaal. In 1937 eigendom van buurman en kabelfabrikant Bosman van de villa Nieuweroord. Deze keer belichten we de bedrijfsperiode van de firma Herman Kemperman (1937-1952).

STIELZ 2009 - nummer 2 - juni

Inhoud van dit nummer:
pagina 3   Laatste industriële steeg van Leiden behouden
pagina 4   Historische winkelpuien in oude glorie herstellen
pagina 8   Hartevelt-complex krijgt opknapbeurt
pagina 11   Rubriek Monument: Hotel in watertoren aan Wantij
pagina 13   Verdwijnend industrieel verleden van Vogelwijk
pagina 15   Uit Leiden & regio

Redactioneel
De Lakenhal

Met enige zorg volgen wij de verrichtingen van het Stedelijk Museum De Lakenhal. Het museum bereidt zich voor op een herschikking met als belangrijkste thema: minder geschiedenis en meer kunst, zo bleek op een vergadering van belangstellenden in de Lakenhal. Dat geeft te denken. Onze stichting heeft in het recente verleden op een goede wijze zaken gedaan met het museum. Objecten die de historie van de Leidse bedrijven in beeld brengen, vonden meestal een goed onderdak bij het museum. Dat gold evenzeer voor kunst die op ons pad kwam. Een voorbeeld daarvan is een muurschildering van Eppo Doeve, die mede door toedoen van STIEL bij het museum De Lakenhal terecht kwamen.

Is dit alles nu opeens voorbij? Wij kunnen ons dat niet voorstellen, zeker niet wanneer we denken aan de opvatting van mr.dr. J.C. Overvoorde, directeur van het museum in 1924: 'De kern van de verzameling werd oorspronkelijk gevormd door de op het Stadhuis aangetroffen schilderijen en de nog aldaar en bij de gestichten berustende oude voorwerpen. Hierdoor kreeg het museum een sterk sprekend zuiver Leidsch lokaal-historisch karakter, hetwelk ook bij latere aankoopen, op de afdeling schilderijen na, op den voorgrond stond, door in het bijzonder datgene bijeen te brengen, wat een bijdrage kon geven tot de kennis van de geschiedenis van de stad met hare instellingen en van de levenswijze van hare ingezetenen.
Het museum was hierdoor in den grond verschillend van een kunst- of kunstnijverheidsmuseum, alwaar de voorwerpen om hunne kunstwaarde of om de wijze van bewerken zijn bijeengebracht, terwijl bij de Lakenhal steeds het verband van de stad als richtsnoer gold.'

Duidelijke taal, die ook in deze tijd nog geldig is. Natuurlijk: de Lakenhal heeft ook een taak ten opzichte van de kunst en dan bij voorkeur kunstuitingen, die op welke wijze dan ook met Leiden verbonden zijn. Maar de Lakenhal moet ook het museum blijven dat de geschiedenis van Leiden in al haar facetten levendig houdt. Met name ook de sociale omstandigheden, de herinnering aan de grote textiel- en metaalfabrieken en het drukkerijverleden. Hoe je het ook wendt of keert, de Lakenhal heeft hier een belangrijke taak, die niet verloochend kan worden!
Wibo Burgers

LAATSTE INDUSTRIËLE STEEG VAN LEIDEN BEHOUDEN
Als het aan de gemeente ligt, blijft de Marktsteeg zoveel mogelijk bewaard als 'laatste industriële steeg van Leiden'. Dat zei wethouder Jan-Jaap de Haan op de eerste, in april gehouden informatiebijeenkomst over het project Muziekcentrum De Nobel.

HISTORISCHE WINKELPUIEN IN OUDE GLORIE HERSTELLEN
gemeente komt met nieuwe subsidieregeling
Winkelpuien in de Leidse binnenstad herbergen achter een moderne pui soms nog delen van hun historische opzet. Hoewel er in de loop der jaren vele gevels zijn aangepast aan moderne ideeën over winkelpuien en veel gevels zijn ontsierd met grote reclame-uitingen, valt er nog heel wat te ontdekken van de historische kwaliteit van weleer. De gemeente Leiden initieerde het project "Historische Winkelpuien" en een nieuwe subsidieregeling (SHS) om de Leidse winkelier te stimuleren zijn pui waar mogelijk in oude glorie te herstellen.

HARTEVELT-COMPLEX KRIJGT OPKNAPBEURT
bouwgeschiedenis in kaart gebracht
De gemeente Leiden wil het Hartevelt-complex, vroeger een jeneverstokerij, opknappen en geschikt maken voor nieuwe bedrijfsfuncties, zoals kantoorruimte. Met het oog daarop is de bouwgeschiedenis van het complex in kaart gebracht. Bij de vernieuwing van het complex aan de Langegracht kan dan zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de geschiedenis van deze panden.

VERDWIJNEND INDUSTRIEEL VERLEDEN IN DE LEIDSE VOGELWIJK
Ruim een eeuw lang stond aan de Rijnsburgerweg met het nu verdwenen nummer 132, eerst in Oegstgeest, na de annexatie van 1920 op Leids grondgebied en na de bouw van de Vogelwijk aan de Merelstraat, een bedrijfspand met directievilla. Na enig speurwerk bleek het gecombineerde gebouw vijf functies te hebben gehad: bloembollenbedrijf, meubelmakerij, sigarenfabriek, reclamebordenonderneming en matrassenfabriek. Een blik op de eerste halve eeuw.

STIELZ 2009 - nummer 1 - maart

Inhoud van dit nummer:
pagina 3   Peperbus terug op oude plek / Spoedige beslissing over
watertoren / Meelfabriek wordt 'opgeschoond'
pagina 5   Introductie nieuwe voorzitter en bestuursleden STIEL
pagina 7   Afscheid van Nico Ravensbergen / Station Pijnacker voorlopig gered
pagina 9   Rubriek Monument: werf Wolthuis
pagina 11   Vuurwerkers van de Grof
pagina 15   Van der Laan: kruidenierswinkel annex buurthuis
pagina 17   Jaarverslag STIEl over 2008

Redactioneel
EEN NIEUWE UITDAGING
Een nieuwe uitdaging, zoals dat heet. In een werkgebied dat me aan de ene kant heel erg aanspreekt vanuit persoonlijke interesse, maar aan de andere kant, wat weet ik er van. Inlezen dus. Ik bemerk dat "historiserend bouwen" bij sommigen negatieve gevoelens opwekt en ik probeer erachter te komen waarom dit is. Een frisse nieuwe blik is niet voldoende, je moet ook weten waar je het over hebt.
Ik volg Hans Vollaard op. Ik kende hem vanuit de politiek.

Herinrichting van Vrouwenkerkhof - Peperbus is terug!
De Peperbus is terug op zijn oude plaats: het Vrouwenkerkhof. De originele trafozuil, een van de twee die nog resteren in Leiden, verdween in 1995 bij de herinrichting van het plein. Trafozuilen verschenen aan het begin van de vorige eeuw in het straatbeeld. Hier werd de hoogspanningselektriciteit van de centrale omgezet naar lage spanning, geschikt voor de particuliere huishoudens. In de jaren vijftig en daarna verdwenen de trafozuilen, ze waren niet meer nodig.

Gerard van Hees nieuwe voorzitter van STIEL: 'Belangrijkste ambitie: meewerken aan goed plan vor Meelfabriek'
Gerard van Hees, van professie vakbondsbestuurder, is de nieuwe voorzitter van de Stichting Industrieel Erfgoed Leiden (STIEL). Hij is de opvolger van Hans Vollaard, die na drie jaar voorzitterschap het tijd vond het stafje over te dragen.

Afscheid van Nico Ravensbergen - man achter schermen bij STIELZ stopt ermee
Nico Ravensbergen (75) stopt met zijn werkzaamheden voor STIELZ. Vijftien jaar lang was hij de man achter de schermen bij het blad van onze organisatie. Vooral aan zijn voorbeeldige inzet is het te danken dat het blad al die jaren tijdig bij de donateurs en op de verkooppunten kwam.

Het kan ook anders! - Station Pijnacker voorlopig gered
De onverhoedse sloop van de dubbele wachterswoning in november jl. – en vooral de dubieuze rol van de Nederlandse Spoorwegen daarin – heeft in Leiden heel wat beroering gewekt. Dat het ook anders kan, bewijst de gang van zaken in Pijnacker, waar het oude spoorstation voorlopig voor ondergang is behoed.

Laatste buurtwinkel Groenoord vertroken Van der Laan: Kruidenierswinkel annex burthuis
Waar Groenoord jaren geleden nog vele buurtwinkels had, is met het vertrek van de buurtwinkel van Bram en Cora van der Laan nu ook de laatste winkel vertrokken. De zaak heeft tot het einde altijd goed gelopen, maar Van der Laan (1943) vond het met het bereiken van de 65-jarige leeftijd deze zomer wel mooigeweest. "Eigenlijk runden we hier een soort buurthuis"...

© Stichting Industrieel Erfgoed Leiden