Logo Stiel
Industrieel Erfgoed in Leiden

STIEL

STIELZ 2007 - nummer 3 - september

STIELZ 2007 - nummer 3 - september

Inhoud van dit nummer:
pagina 3   Honderd jaar stroom in Leiden
pagina 5   Meerwaarde door hergebruik
pagina 6   Landschap in gevaar
pagina 7   Théonville: kind van de verzuiling
pagina 10   Moeten provinciale monumenten blijven?
pagina 12   Over roerend erfgoed
pagina 13   STIEL in actie
pagina 14   Kort nieuws uit Leiden en regio

Redactioneel
Geachte lezers, Het is prettig voorzitter te zijn van een stichting die een jubileum viert: je krijgt allerlei lof toegezwaaid, ook al hebben je (voorgaande) bestuursleden het feitelijke werk gedaan. Niettemin heb ik met liefde de complimenten voor het werk van STIEL in de afgelopen twintig jaar in ontvangst genomen. Het stimuleert namelijk om dezelfde koers van gedreven en gedegen activisme te vervolgen. Maar, zonder te willen afdingen op het vele werk wat STIEL heeft verricht, trek ik één les uit haar geschiedenis: STIEL kan het niet alleen. Zonder medewerking van projectontwikkelaars, zonder erkenning van andere historische instellingen, stichtingen en verenigingen, zonder de interesse van architecten, zonder steun van burgemeester, wethouders, raadsleden en ambtenaren, zonder aandacht van de pers, en vooral zonder donateurs en supporters redt STIEL het niet om industrieel erfgoed te laten hergebruiken. De jubileumbijeenkomst in juni was hiervan een duidelijk voorbeeld. Architect Van Stigt gaf in zijn presentatie aan dat ook oude graansilo’s prima kunnen worden hergebruikt (zie ook elders in dit nummer). Vervolgens presenteerde STIEL daar het convenant dat het met projectontwikkelaars en het Leidse College van Burgemeester en Wethouders sloot over hergebruik van de Meelfabriek, en in het bijzonder van de silo’s (zie de toelichtende brief bij het vorige nummer van STIELZ). Zo probeert STIEL de kennis over en het commitment voor het hergebruik van een van de markantste industriële objecten in Leiden te vergroten. De nauwe betrokkenheid van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumentenzorg is daarvoor zonder meer van belang. Steun vanuit de stad en politiek is echter ook essentieel om de komende jaren te zorgen dat de Meelfabriek daadwerkelijk historisch verantwoord wordt hergebruikt. Daar zal STIEL zich dus voor blijven inzetten. Een ander voorbeeld is het recente initiatief tot overleg tussen historische verenigingen en stichtingen in Leiden. Leiden kent een rijke diversiteit aan historische organisties, met elk een eigen achterban, doelen en geschiedenis. Onderlinge praktische samenwerking tussen die organisaties kan echter helpen om aandacht en behoud van Leids (industrieel) erfgoed op de agenda van politiek, media en onderwijs te houden. Het overleg dat de gemeente Leiden nu zoekt met de diverse historische organisaties is daarom positief. STIEL zal zich inzetten om het niet bij overleg te laten, maar ook tot concrete acties over te gaan. De specialiteit van STIEL is immers altijd al geweest dat zij niet alleen Leidse industriële geschiedenis bestudeert, maar ook actie voert en lobbyt voor behoud en hergebruik. Dat blijft zij doen om zo de noodzakelijke ander te overtuigen dat industrieel erfgoed het bewaren waard is.
Hans Vollaard

Honderd jaar stroom in Leiden
‘Wie doorgrondt wondere kracht, die wij elektriciteit noemen...’
Honderd jaar stedelijk elektriciteit in Leiden. In 1907 was de totstandkoming van de centrale aan de Langegracht weinig minder dan een wonder. Dat moge blijken uit het verhaal in het Leidsch Dagblad van 15 oktober 1907, waarin gesproken werd van ‘een groot nieuw en smaakvol gebouw, waarin het raast en knarst en klopt alsof er geheimzinnige krachten aan het werk zijn. Want wie doorgrondt de wondre kracht, die wij elektriciteit noemen...?’

Meerwaarde door hergebruik
Architect André van Stigt op jubileumbijeenkomst STIEL
Bestaande gebouwen met een monumentale waarde bieden onvermoede kansen bij hergebruik. Er zijn vaak ruimtelijke mogelijkheden, die bij nieuwbouw ontbreken. Aldus architect André van Stigt op de half juni gehouden jubileumbijeenkomst van de Stichting Industrieel Erfgoed Leiden, die, heel toepasselijk, plaatsvond in het in de voormalige meelfabriek De Zijlstroom in Leiderdorp gevestigde restaurant.

Kind van de verzuiling
G.F. Théonville (1852-1924), katholiek en Leids uitgever-drukker
Godefridus Franciscus Théonville (1852-1924) was in het eerste kwart van de vorige eeuw actief als uitgever-drukker aan de Steenschuur in Leiden. Hij stelde zijn pers in dienst van de verspreiding van de rooms-katholieke ideologie en als zodanig was hij een kind van de verzuiling.

Moeten provinciale monumenten blijven?
Rijks- en gemeentelijke monumenten zijn bij menigeen bekend, maar dat kan van provinciale monumenten zeker niet worden gezegd. Ze leiden een achteraf-bestaan en het is de vraag of ze wat toevoegen aan hetgeen de andere twee categorieën tot stand brengen. Moeten ze wel blijven?

© Stichting Industrieel Erfgoed Leiden