Logo Stiel
Industrieel Erfgoed in Leiden

STIEL

Stem op uw monument tijdens de Monumentendagen

De Historische Vereniging Oud Leiden en de Stichting Industrieel Erfgoed Leiden (STIEL) organiseren tijdens de Open Monumentendagen 2011, op 10 en 11 september a.s., de verkiezing van de mooiste 'jonge monumenten' in de stad, in samenwerking met de gemeente Leiden.

 

Verkiezing vindt plaats in twee categorieën: één in de categorie woningen/wooncomplexen en één in de categorie bedrijfspanden. Het gaat om gebouwen die na 1940 tot stand zijn gekomen. De bezoekers van de Open Monumentendagen hebben de keus uit vijf woningen/wooncomplexen en vijf bedrijfspanden. Die vijf objecten in iedere categorie zijn geselecteerd door jury's van resp. Oud Leiden en STIEL uit tientallen suggesties die na oproepen in de lokale pers en via de websites van de beide organisaties en de gemeente Leiden zijn binnengekomen.

Op alle lokaties die in het kader van de Open Monumentendagen voor het publiek worden opengesteld, staat een stembus. Daar zijn ook de stemformulieren, als inlegvel in de boekjes die door de gemeente Leiden uitgegeven worden ter gelegenheid van de Open Monumentendagen.

Hieronder vindt u de tien genomineerde jonge monumenten. Als u op het ballonnetje klikt, leest u meer informatie over het pand inclusief foto. Onder de kaart vindt u achtergrondinformatie over de genomineerde woningen/wooncomplexen en de bedrijfspanden.

Waarom deze verkiezing? Heeft Leiden nog niet genoeg monumenten? Leiden is immers een echte monumentenstad? Met veel gebouwen die verwijzen naar een trots en rijk verleden. Maar als we denken aan Leiden als monumentenstad, denken we toch in de eerste plaats aan gebouwen van vaak honderden jaren oud. De Pieterskerk, de Lakenhal, het stadhuis, de vele grachtenpanden, enzovoort. Leiden staat niet voor niets in de top-5 van Nederland wat aantallen rijksmonumenten betreft.

Maar: de stad kent ook veel 'jonge' monumenten, produkten van een recenter verleden. Die zouden volgens STIEL, HVOL en de gemeente Leiden best eens wat meer aandacht verdienen. Het feit dat het dit jaar 50 jaar geleden is dat in Nederland de Monumentenwet van kracht is geworden, gebruiken zij om de jonge monumenten extra in het zonnetje te zetten. En wat zijn daarvoor betere dagen dan de Open Monumentendagen?!

Jury's van STIEL en HVOL hebben uit de binnengekomen suggesties een selectie gemaakt voor deze verkiezing: HVOL heeft vijf architectonisch waardevolle woningen/wooncomplexen aangewezen, STIEL vijf gebouwen van bedrijf en techniek. De jury namens HVOL bestond uit Gerard Kramer (voorzitter), Paul Birker (bestuur HVOL), de architecten Boudewijn Veldman en Paulina Buring en de makelaar Bob Oudshoorn en projectontwikkelaar Menno Smitsloo. Voor STIEL werd gejureerd door Joop Gijsman en Paulina Buring. De jury's hebben zich vooral laten leiden door architectonische, stedebouwkundige en cultuurhistorische criteria. Zij hebben ook gestreefd naar een zekere spreiding in de tijd: van de periode van de wederopbouwarchitectuur tot de huidige tijd.

Na het werk van de jury's is het nu aan de bezoekers van de Open Monumentendagen de finale keus te maken. Het gaat om de volgende gebouwen(complexen). In de categorie woningen het complex aan de Charlotte de Bourbonhof, de drie appartementengebouwen aan de Jacob van Campenlaan, het Centraal Wonencomplex bij de Herensingel (Niek Engelschmanstraat), een blok van vijf panden aan het Kort Galgewater (nrs. 12-16) en drie woningen aan de Middelstegracht (nrs. 14-18). Wat de bedrijfspanden betreft zijn de volgende panden kandidaat: het 50kV station aan de Flemingstraat, de Van der Klaauwtoren aan de Kaiserstraat, het haltegebouw van station Leiden Lammenschans, het kantoorpand Schuttersveld 9 en het onderzoeksinstituut Zernickedreef 10.

Foto's en summiere beschrijvingen van de tien panden zijn geplaatst op het stemformulier. Uitgebreidere beschrijvingen en een plattegrond van Leiden met de lokaties vindt u o.a. op deze website.

Nadere informatie over de woningen/wooncomplexen

CHARLOTTE DE BOURBONHOF 1-54 (even en oneven nrs)
De Charlotte de Bourbonhof in de huidige gedaante de meest oorspronkelijke van de eerste reeks hoven aan de noordkant van de Willem de Zwijgerlaan. Deze hoven zijn gerealiseerd in de jaren '50 van de vorige eeuw en behoren typisch tot de na-oorlogse wederopbouwarchitectuur. De Charlotte de Bourbonhof en de aangrenzende hoven met dezelfde architectuur werden gebouwd als één complex, met in totaal 329 woningen en enkele winkels. De bouw, door Panagro uit Warmond, geschiedde in opdracht van de woningsbouwvereniging De Eendracht. De eerste woningen werden in januari 1955 in gebruik genomen. Het complex is thans in beheer bij de woningbouwvereniging De Sleutels. Over de architecten bestaat geen volledige zekerheid, mogelijk waren het Jonkman en Van Dorp uit Oegstgeest, die (ook) tekenden voor een tweede reeks hoven aan de Willem de Zwijgerlaan die korte tijd later werd gerealiseerd.

In het plantsoen van de Charlotte de Bourbonhof bevindt zich een (helaas beschadigd) monument dat in 1957 werd geplaatst ter gelegenheid van het 45-jarig bestaan van De Eendracht.

Bij een renovatie is het complex witgepleisterd en aan de onderzijde voorzien van tegels, met uitzondering van de woningen aan de Charlotte de Bourbonhof. De meningen over die aanpassing zijn verdeeld. De jury die de vijf panden voor deze Jonge Monumentenverkiezing selecteerde, was van mening dat het jammer is dat de uiterlijke verandering het oorspronkelijke karakter van het complex heeft aangetast en heeft daarom specifiek de Charlotte de Bourbonhof tot de 'top vijf' uitverkoren. Maar anderen zullen de renovatie mogelijk als een waardevolle modernisering ervaren.

JACOB VAN CAMPENLAAN 2-192 (even nrs)
De drie flatgebouwen aan de Jacob van Campenlaan vormen al vele jaren een markante entree van Leiden vanaf de Voorschotense kant. Ondanks de massaliteit (elk gebouw omvat acht woonlagen met onderbouw) maken zij een lichtvoetige en transparante indruk, waaraan de diagonale opstelling en de parkaanleg rond de gebouwen zeker toe bijdraagt.

In totaal gaat het om 96 appartementen (32 per gebouw). Het zijn koopappartementen. Ieder gebouw heeft zijn eigen Vereniging van Eigenaren.

De gebouwen zijn gereedgekomen in 1972, na een ontwerp- en planfase van ongeveer tien jaar. De bouwaanvrage geschiedde al in 1963, op basis van een ontwerp van het architectenbureau Blankespoor en De Vries b.n.a. uit Den Haag. De goedkeuring voor de bouw kwam in 1965. De bouw werd gerealiseerd door de NV Nederlandse Bouwmaatschappij NBM uit Den Haag. De kosten werden aanvankelijk geraamd op NLG 2.200.000 maar moesten als gevolg van de prijsstijgingen tijdens de planningfase worden bijgesteld naar NLG 2.960.000

De gebouwen pasten in het 'potentiële uitbreidingsplan Leiden Zuid-West' van 1959.

NIEK ENGELSCHMANSTRAAT 1-27 (oneven nrs)
Het Centaal Wonen Complex aan de Niek Engelschmanstraat is een opvallende verschijning op de Leidse 'Singelroute', in de bocht waar de Kooilaan op de Herensingel aansluit. Een prominent pand tussen een verder niet erg opvallende bebouwing. Het kleinschalige complex staat op de plaats van de voormalige Beatrixschool.

Het is een ontwerp van de Amsterdamse architect Theo Bosch (1940-1994), een belangrijke vernieuwer van de volkshuisvesting in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Licht en ruimte waren belangrijke begrippen voor hem. Het menselijk welzijn stond centraal in de door hem ontworpen gebouwen.

In intensief overleg tussen de opdrachtgever/eigenaar, de woningbouwvereniging De Sleutels, en de toekomstige bewoners heeft Theo Bosch vorm gegeven aan het complex, dat overigens grote weerstand in de buurt opriep, o.a. door een inbreuk die het pand zou maken op de ruimte, licht en lucht in de buurt. Een groot aantal bezwaarschriften was het gevolg. Om daaraan deels tegemoet te komen wilde de gemeente het hele complex zelfs 3,5 meter opschuiven, maar dat ontmoette grote bezwaren bij de architect, die zelfs dreigde zijn opdracht terug te geven. Uiteindelijk kwam hij met een aangepast ontwerp, met een wat kleiner bouwvolume, dat begin jaren '90 is gerealiseerd.

Het uiteindelijke project omvat 14 woningen (in plaats van de 15 oorspronkelijk geplande) en is tot stand gekomen als leerlingenbouwproject. Elk huis heeft zijn eigen voorzieningen, zoals badkamer, toilet en keuken, daarnaast is er een aantal gemeenschappelijke voorzieningen en is er een gezamenlijke tuin.

Het project is indertijd aanbesteed voor ene bedrag van NLG 1.400.000. Het bouwvolume is 3400m3.

KORT GALGEWATER 12-16
De panden aan het Kort Galgewater met de huisnummers 12-14-16 (met onderverdelingen) zijn een inpassing van de jaren '90 in de historische gevelrij op deze prominente plek aan het water binnen de Leidse singels. Het Kort Galgewater is wellicht het meest bekend door de beroemde Stadstimmerwerf en meer recent ook doordat het de ligplaats is van een aantal traditionele binnenschepen.

Onstaat op zo'n plaats een gat in een gevelrij met overigens panden van zeer uiteenlopende kwaliteit, dan vereist nieuwbouw een zorgvuldige inpassing. De architecten Ronald Knappers en Joost de Haan van het bureau VVKH Architecten ontwierpen midden jaren '90 een blokje van vijf panden die qua schaal aansluiten bij de directe omgeving. De architectuur is modern, niet historiserend, maar voegt zich zeer wel in het beeld van de veel oudere omgeving. Ondanks de geringe projectomvang is toch gekozen voor twee architecten om de bestaande perceelsgewijze bebouwing van de gevelrij ook in de nieuwe situatie te continueren.

De bouw is gerealiseerd door Slokker Bouwgroep Zoetermeer, onderdeel van Slokker Vastgoedgroep BV te Huizen.

Het blok van vijf panden bestaat uit vier stadswoningen en vier appartementen, met een gemeenschappelijke garage en berging. Het complex heeft een Vereniging van Eigenaren.

MIDDELSTEGRACHT 14-18
Een opvallende, moderne verschijning aan de Middelstegracht in de Leidse binnenstad vormen de panden die thans de huisnummers 14, 16 en 18 dragen. Ingepast tussen het oude pakhuis van nummer 12 en de non-descripte nieuwbouw van nr. 22, op de plaats waar voorheen het achterste deel van de drukkerij Karstens aan de Hooigracht was gevestigd - architectonisch gezien een 'rotte kies' van 11 meter gevelbreedte in slechts één bouwlaag tussen panden van plm. 10 en 15 meter hoog.

Op die plek realiseerde architecte Mieke Rietveld in de periode 2005-2007 een eigentijds wooncomplex met drie wooneenheden, waarvan één voor zichzelf. Eén woonhuis (nr. 14) heeft vier woonlagen, de andere zijde van het pand bevat een benedenhuis met drie woonlagen (nr. 16) en een appartement van twee woonlagen (nr. 18). Het complex heeft een Vereniging van Eigenaren.

Oorspronkelijk liepen de tuinen van de Hooigracht hier door tot aan de Middelstegracht, een echt historisch referentiepunt was er dus eigenlijk niet. De maatvoering is door de belendende percelen geïnspireerd. Er is een terugwijkende opbouw die de gevelhoogte aan de straatzijde in harmonie laat met het historische pakhuis op nummer 12, met een goothoogte van 10 meter. De twee bouwlagen hoge opbouw sluit aan op de hoogte van het pand op nummer 22. Het ritme in de voorgevel is geïnspireerd door dat van het pakhuis. Ook aan de achterzijde is het complex een 'brug' tussen de buurpanden van zeer verschillende diepte, zoals goed te zien is vanuit de Kloosterpoort.

Nadere informatie over de bedrijfspanden

50 kV STATION, FLEMMINGSTRAAT 101
Het ontwerp is van de architect G.Hamerpagt (1899-1965) en het eerste ontwerp dateert uit 1944. Het station is in dat jaar gebouwd. In 1953 is een vergunning gevraagd om het gebouw te voltooien tot een volledig schakel- en transformatiestation.

In 1962 en 1967 is het gebouw in dezelfde stijl nog in de lengterichting uitgebreid.

In het schakelstation werd elektrische stroom getransformeerd en verspreid naar transformatiehuisjes in de verschillende stadsdelen van Leiden.

Het gebouw is met de betonnen ramen en witte horizontale banden in het metselwerk een gaaf voorbeeld van een schakelstation uit de Wederopbouwperiode.

Het interieur is interessant. Het bestaat uit een constructie van stalen balken waarop een cassetteplafond rust. De constructie van het gebouw is niet bekleed en geeft het interieur een industriële uitstraling.

VAN DER KLAAUWTOREN, KAISERSTRAAT 63
De Van der Klaauwtoren aan de Kaiserstraat 63 is in 1955-1956 gebouwd in een sobere, monumentale architectuur. Het laboratoriumgebouw is een ontwerp Rijksbouwmeester Gijsbert Friedhoff (1892-1970) en architectenbureau Van Oerle en Schrama. Het gebouw is ten behoeve van het onderwijsinstituut voor de biologie van de hoogleraar C.J. van der Klaauw gebouwd.

De architectuur van het gebouw is een mengvorm van traditionele en moderne architectuur. De constructie is van beton, waarbij de vloervelden vrij van kolommen zijn, waardoor de plattegrond vrij in te delen is. De bekleding van de betonconstructie is uitgevoerd in ambachtelijk metselwerk.

Opmerkelijk zijn de kolommen in de gevel van het gebouw. Deze kolossale, puntige, pilasters geven de vier gevels een sterke verticale geleding. Door de pilasters en het terugwijken van de gevel vanaf de 6e etage heeft het forse gebouw een verrassend kameleontisch uiterlijk. Het gezichtspunt bepaalt hoe open of gesloten de gevels overkomen. Ook de zwaarte varieert. Zo zijn vanaf een schuine positie de vensters niet zichtbaar en toont zich een gesloten bakstenen wand. Loop je door dan opent de gevel zich.

Het interieur is bijna nog intact zoals het in1955 ontworpen is. Het heeft dus alle veranderingen in het onderwijs en onderzoek kunnen opvangen. Deze gaafheid is opvallend. Het interieur was eenvoudig, doch doelmatig. Bij hergebruik van het gebouw is dit laboratoriuminterieur niet meer geschikt.

Het trappenhuis vormt een bijzonder onderdeel in het interieur. Het valt op door zijn gaafheid en de zorgvuldige vormgeving van de onderdelen.

Voor Leiden is de toren een belangrijk markeringspunt.

HALTEGEBOUW STATION LEIDEN LAMMENSCHANS
Het haltegebouw Station Leiden Lammenschans is ontworpen door architect ir. Koen van der Gaast (1923-1993), architect in dienst van de Nederlandse Spoorwegen. Het pand is gebouwd in 1961.

Het haltegebouw is zorgvuldig vormgegeven en heeft door toepassing van grote glaspartijen een open karakter. Het past in de moderne stroming van de Wederopbouwarchitectuur. De gekozen materialen zijn van hoge kwaliteit. De kiosk is oorspronkelijk in de kleuren antracietgrijs voor stalen kolommen en stalen leuningen met hekje, wit voor de stalen puien en geel voor de deuren uitgevoerd. De houten betimmeringen, plafonds en wanden, waren blank gelakt.

De kiosk is nog in originele staat, alleen zijn de kleuren in het gebouwtje gewijzigd.

Van dezelfde architect is het NS station in Schiedam. In het station staan nog twee kiosken in bijna originele staat. Dergelijke hoogwaardige stationsarchitectuur gaat nu vaak verloren door stationsuitbreidingen. Het zou goed zijn enkele voorbeelden van deze stationsarchitectuur in Nederland te bewaren.

KANTOORPAND SCHUTTERSVELD 9
Het kantoorpand aan het Schuttersveld 9 is ontworpen door architectenbureau De Bruijn BNA Wassenaar en gebouwd in 1974. Het pand heeft een betonstructuur. De vloeren zijn vrij in te delen. De gevels zijn opgebouwd uit forse betonelementen waarin de kozijnen zijn opgenomen. Entreepartij en zijgevels zijn uitgevoerd in donkerrode baksteen.

Het geheel heeft een sterke uitstraling. De architectuur van het pand is kenmerkend voor de jaren 1970-1980.

LABARATORIUMGEBOUWEN ZERNICKEDREEF 10/ARCHIMEDESWEG 30
Het gebouw Zernickedreef 10 is in 1994 ontworpen door het architectenbureau cepezed Architecten uit Delft (architecten Michiel Cohen en Jan Pesman). Het pand is nu door een aanbouw enigszins aan het oog onttrokken. Het pand Archimedesweg 30 is volgens hetzelfde principe gebouwd (1998). Omdat voor dit pand geen uitbreiding is geplaatst, is daarvan de architectuur beter te zien.

Zernickedreef 10 is ontworpen als flexibele behuizing voor een onderzoeksinstituut voor geneesmiddelen. Interactie van de onderzoekers is zeer belangrijk.Het is daarom een introvert gebouw met een in het midden gelegen ontmoetingszone. De verdere ruimtelijke indeling blijft flexibel en zal in de tijd kunnen wijzigen.

Het gebouw is aan twee kanten afgeschermd door geperforeerd (51% open) metalen schermen, die antraciet zijn gekleurd. Die geven een besloten karakter aan de buitenruimten, beschutten tegen wind,verzorgen een deel van de beveiliging, zorgen voor een beter thermisch gedrag van de gevels en dienen als zonwering, zonder ondoorzichtig te zijn.

De - ook antracietkleurige- staalconstructie tussen de schermen en gevels dient als overgangsgebied, vluchtweg en draagconstructie voor de schermen, met diagonale toevoegingen wordt ook het hele gebouw er door gedragen.

De langsgevels zijn geheel helder beglaasd door schuifpuien, ook in antracietgrijs uitgevoerd. De kopgevels zijn in de middenzone helder beglaasd, aan de zijkanten translucent.

De keuze voor dit pand is niet alleen gedaan vanwege de architectuur, maar ook omdat het pand specifiek voor deze bedrijfsfunctie, het laboratoriumonderzoek, is ontworpen. Daarbij is gebruik gemaakt van vooruitstrevende technieken. Het pand heeft destijds veel publiciteit gehad en heeft enkele prijzen gewonnen, o.a. de Nederlandse staalprijs.

 

 

 

 

© Stichting Industrieel Erfgoed Leiden